PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Macbeth

zondag 18 september 2016Tour and Taxis Brussel

Macbeth

Met Verdi’s Macbeth naar Shakespeare gaat de Franse regisseur Olivier Fredj zowat alle kanten uit tot hij het spoor bijster raakt. Dat ligt overigens niet alleen aan hem, maar ook aan de componist zelf die – hoewel hij naar verluidt een perfectionist was - kennelijk niet wist te kiezen welke richting hij uit wou gaan. Zo werd Macbeth geen situatie-opera die inzoomt op de psyche van Lady Macbeth en Macbeth (en zijn angsten, neuroses), maar een mengeling waarbij realisme, dan weer de droom/surrealisme (de rol van de heksen, de visioenen en geesten) centraal staan.

Daarbovenop gebruikt hij het decor van het Grand Hotel dat ook dat dubbele weergeeft, plus daarnaast wat privé is en wat publiek. De lift is de overgang tussen die ruimtes: -1: de plek van de heksen (de geesten die er altijd wat blijven rondhangen), het donkerste van de wereld, het gelijkvloers: de neutrale/reële ruimte en de andere verdiepingen met de kamers waar de moorden plaatsvinden, voornamelijk buiten beeld overigens.

Daarbij voegt Fredj nog het theateraspect met het koor dat hij op een tribune zet op het podium als spiegel van de toeschouwers in het Muntpaleis, en laat hij de heksen als dansers opdraven waarbij hij verwijst naar ‘All that jazz’, variété en cabaret (synchroon dansen in drie cirkels rond de cirkelvormige zetel waarbij het middenste kussen aan een hersenkwab doet denken onder andere) en zien we een zwangere heks haar valse buik uitdoen (om te tonen dat het allemaal maar theater is).  

Verder verwijst hij onder andere naar Thatcher in de kostuums, in de video naar het werk van Jean Lecointre, naar de onvervulde kinderwens van het koppel (de kinderwagen), de onschuld (de rode ballonnen), heeft de vermoorde koning Duncan letterlijk blauw bloed, hebben de koelemmers de blik van een zwarte demon op zich, blijken de stoelen aan de feestdis horizontaal op de grond te verwijzen naar een slang, … Om kort te gaan: het is allemaal wat te veel van het goede waardoor het ene beeld/idee het andere al snel in de weg staat en we naar van alles en nog wat kijken wat de coherentie niet ten goede komt. Maar dat geldt evenzeer voor de partituur die soms zo pittig en vrolijk is, dat het allemaal wel erg luchtig en vrijblijvend aanvoelt.

Enerzijds wil Fredj ons in die duistere wereld brengen van Freud van het Ich/Ego (Lady Macbeth, de slechterik die tot moorden aanzet uit gewetenloze machtswellust), het Uber Ich (Macbeth, de angst) en het Es (de heksen, de drift) en een situatie oproepen die verwijst naar insomnia, tussen droom en werkelijkheid. Dat zien we al tijdens de beklijvende zwart-wit beelden in de video die refereren naar het werk van Jean Lecointre en later terugkomen in het beeld van de ober die een kalkoengerecht voorschotelt door de cloche op te heffen en naast de kalkoen ook het dode hoofd van Banco te zien is.   

Probleem is echter dat Verdi ook focust op de spanningslijn realiteit vs. droom/nachtmerrie/ontreddering en deze enscenering en muziek de evolutie van de psyche van de hoofdpersonages dus onvoldoende uitwerkt. Verder zien we in het vierde bedrijf dat Lady Macbeth niet meer als ego, of zakelijk pragmatisch handelt. Maar bij haar overheerst plots ook de angst, de neurose, de waanzin: ‘Een vlek… ze zit daar nog altijd! Weg, zeg ik, vervloekt! Een… twee… het is het uur!’ zingt ze terwijl anderen zich afvragen waarom ze haar handen zo wrijft, omdat ze denkt dat ze ze wast. (‘Una macchia… è qui tuttora! Via, ti dico, o maledetta!… Una… due… gli è questa l’ora!’). Waar die vandaan komt (wellicht steekt Macbeth haar aan) daar hebben we het raden naad vermits ze enkel opdrachtgever is. Dat Macbeth eraan lijdt vermits hij Duncan vermoord heeft kunnen we dan weer wél vatten.

Tegenover dat duistere plaatst de regisseur dat lichte, met weelderig versierde tafels in goud en kledij, schelpmotieven die verwijzen naar art deco (goud, repetitieve lijnpatronen) en de variété-choreografieën die de dansers meermaals opvoeren. Daardoor voelt de opera wel erg vrijblijvend en luchtig aan. Fragmentarisch ook met zo veel tegenstellingen waardoor de mayonaise tussen de scènes niet blijft kleven en het aan coherentie ontbreekt waardoor we losse scènes zien die niet al te best in elkaar overgaan. Behoorlijk wat podiumwissels zien we ook die niet zo smoothly in elkaar overgaan.

De Italiaanse dirigent Paolo Carignani haalt nochtans het beste uit het Muntorkest. Een regiekeuze die absoluut werkt zien we in het vierde bedrijf wanneer het koor vanuit het publiek ‘Verdrukt vaderland! Je kunt, ach nee, niet meer de zoete naam van moeder dragen, nu je voor je zonen niet meer dan een graf bent!’ (‘Patria oppressa! il dolce nome No, di madre aver non puoi, Or che tutta a’ figli tuoi Sei conversa in un avel!’) zingt. De Texaanse bariton Scott Hendricks zingt de rol van de lijdende Macbeth (ook hij is slachtoffer), de Franse sopraan Béatrice Uria-Monzon zingt de rol van Lady Macbeth. Zij wordt eerder atypisch geïntroduceerd in nummer 4 in het eerste bedrijf van de opera door Verdi. Niet met een aria, wel door de tekst van een brief voor te lezen op muziek waardoor ze de diepte van haar stem toont op de tekst: “Ik kwam ze tegen op de dag van de overwinning… Ik was nog niet bekomen van hun woorden, toen de boden van de koning mij groetten als heer van Cawdor, voorspeld door hetzelfde orakel dat ook een kroon op mijn hoofd voorspelde. Sluit dit geheim diep in je hart. Adieu!” (“Nel di della vittoria io le incontrai… Stupito io n’era per le udite cose; Quando i nunzi del re mi salutaro Sir di Caudore, vaticinio uscito Dalle veggenti stesse Che predissero un serto al capo mio. Racchiudi in cor questo segreto. Addio.”) om nadien de hoge registers op te zoeken in de zang.

En hoewel het publiek zijn matige waardering achteraf toonde in iets dat maar een beetje meer was dan een beleefdheidsapplaus voor alle solisten, ging onze voorkeur vooral uit naar de Italiaanse bas Carlo Colombara die wist te overtuigen als Banco in nummer 7 van het eerste bedrijf: ‘Ach, wat een akelige nacht! In de blinde lucht hoorde je klagende stemmen, stemmen van doden… Somber krijste de vogel als triest voorteken en je voelde de aarde beven!’ (‘Oh, quale orrenda notte! Per l’äer cieco lamentose voci, Voci s’udian di morte… Gemea cupo l’augel de’ tristi auguri, E della terra si sentì il tremore!…’) en nummer 10 van het tweede bedrijf net voor zijn personage sterft ‘Let op je passen, mijn zoon! Laten we deze duisternis verlaten.’ (Studia il passo, o mio figlio!… usciam da queste Tenèbre…’)

< Bert Hertogs >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news