PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Groot Marthafeest

dinsdag 16 mei 2017Bourla Antwerpen

Groot

Het Marthatentatief bestaat 20 jaar. Reden om een revue te organiseren, het Groot Marthafeest, dat meteen de opener werd van het theaterfestival Antwerpse Kleppers dat producties programmeert die gemaakt werden door Antwerpse gezelschappen. Marthatentatief keek terug naar het verleden maar richtte ook een blik op de toekomst die iets moeilijker wordt voor het gezelschap dan vroeger vermits ze het met minder subsidies zal moeten doen. Het gezelschap liet in het tweede deel een preview zien van de volgende productie ‘Babbel Babel’ waarbij het woord ‘hoog’ en verder verschillende looping stations gebruikt worden. Het publiek reageerde vooral laaiend enthousiast op oud materiaal tijdens en na de fragmenten die het opnieuw te zien kreeg, al vonden wij het geheel iets te fragmentarisch, vrijblijvend en viel vooral op dat alles staat of valt bij Johan Petit.

Met ‘De zoologie’ (uit 2002 i.h.k.v. Zomer van Antwerpen), vertellingen die plaatsvonden in de zoo van Antwerpen, muzikaal voorzien van leuke liedjes door Dolefante, het huisorkest van Marthatentatief, en ‘Klein Jowanneke’ heeft Petit namelijk met stip enkele belangrijke producties neergezet die in het collectief geheugen gegrift staan van het Antwerpse theaterpubliek en daarbuiten. Niet zelden is ‘verandering’ een thema dat het Marthatentatief behandelde tijdens zijn stukken. ‘We dachten dat we de wereld konden veranderen maar hebben eigenlijk moeten vaststellen dat de wereld ons veranderd heeft.’ klinkt het tijdens een speech van Bart Van Nuffelen.

En dat is zo, blijkt onder andere in ‘Klein Jowanneke gaat dood’ waarbij Petit op een fuif zich volledig laat gaat op ‘Smells like teen spirit’ – ‘mijn kleine oorlog van toen’ - en een beetje gegeneerd is dat er ook nog oude mensen op de dansvloer staan tijdens dat nummer uit zijn jeugd. Gelukkig zijn die zo goed als allemaal weg wanneer ‘Killing in the name of’ van Rage Against The Machine door the speakers gejaagd wordt. ‘Fuck you I won’t do what you tell me!’ riep ie luidop mee, waarna hij plots aan zijn schuldsaldoverzekering dacht en andere administratieve zaken die bij het leven horen die hij zich nooit zag doen als jongere. Die tekst is nog steeds erg boeiend want het gaat in se over je wilde haren verliezen en dat iedereen toch in zekere zin toegevingen doet in zijn leven, grote idealen uit de jeugdjaren opgeeft en mee met de stroom gaat.

Ook die tekst uit ‘de Zoologie’ bleek vijftien jaar later nog steeds erg grappig. Het ging over de glansfazant, het ‘graafste’ dier van de zoo: ‘de macaronipinguïn’, maar vooral het triestigste dier van de zoo: ‘de Laplandse sneeuwuil’. Maar Petit kwam pas aan die tekst door even de ‘aaneenschakeling van verhogen’ op humoristische manier te bekritiseren die je moet overwinnen om bij het kot te geraken.  Verre van handig blijkt dit soort ‘trap’ die ook in het Permekegebouw voor ‘wa is dees?’ –reacties zorgt. Het verhaal van de Laplandse sneeuwuil is eigenlijk een allegorie op de Antwerpenaar die zaagt en klaagt: ‘ik zen hier nie gère. Da kot is hier te klein. En die van ons die is hier oek nie gère. Den doktoor zee dak gen pille nodig hem. Ge moet er is tussenuit.’ De tekst is niet alleen komisch maar levert zo ook kritiek op het houden van dieren in gevangenschap.

Openen deed Marthatentatief met Jonas Van Geel die het over de bouw van de tunnels had die linker-met rechteroever verbonden in 1930. Op de vraag van een Nederlands journalist of je nu ‘tunnel’ of ‘tunnél’ moest zeggen, antwoordde die laconiek. Is het ‘pummel’ of ‘pummél’? Feit is dat Antwerpenaren ‘tunnél’ zeggen.  Heerlijk was ook de sketch tussen Tom Muylaert en Johan Petit die daarna volgde, een cover eigenlijk van de Woodpeckers, waar de vader van de intendant van het Toneelhuis: Guy Cassiers deel van uitmaakte. De jagerssketch hoe je een neushoorn (in zijn oog) aan de hand van twee bloemkolen en een spruitje kon schieten, was nog steeds hilarisch. Enige nostalgie naar het verleden zoals in Magic Palace onder andere, daarvan was Marthatentatief nooit vies. Hoe het er vroeger op bals en thé dansants aan toeging als vrouw: ‘Als ge kennis had, ging je aan een tafeltje zitten. Als je dat niet had, ging je opzij zitten.’ Vol weemoed werd teruggeblikt naar de tijd van Glenn Miller, de charleston, de samba, de boston en de tijd dat er een luciferdoosje tussen twee danspartners zat.  Ook de link naar het heden werd gelegd: ‘nu dansen ze op hunne alleene. Wij moesten wachten.’ klinkt het. Ofwel kwam die danspartner zich dus aanbieden, ofwel werd het een wel erg lange avond voor de jongedames die minder goed in de markt lagen bij de jongens. Met een verwijzing naar het nummer ‘Remember december in de regen’ knipoogde de sketch ook naar de beperkte kennis van het Engels bij oudere Antwerpenaren die dan maar voor een mix van Nederlands en Engels gaan. In het tweede deel werd dan weer vakkundig de draak gestoken met volksdans al duurde die sketch net iets te lang.

Heerlijk is het Marthatentatief overigens altijd al geweest in dagdagelijkse zaken te beschrijven, zich in no time opdraaien en door het lint gaan. Die lichtgeraaktheid en licht ontvlambare reacties die Antwerpenaren ook vaak tonen, vergrootte Petit onder andere uit wanneer hij het nut niet zag van nummertjes nemen bij de beenhouwer als er maar drie man in de zaak is, en dat als reden zou hebben dat iemand niet kan voorsteken, terwijl iemand dat wél doet wanneer de middelste zijn nummertje vergeten nemen is. Het absurde van dat geregel kaartte ie aan waar het publiek tot tranens toe hartelijk om kon lachen.  Ook die sketch rond de Marokkaan die totaal over zijn toeren was toen zijn haar gecontroleerd werd op luizen, leidde tot heel wat gelach in de zaal. Maar vooral ook: het toonde dat een Antwerpenaar en een Marokkaan op zich ook heel veel gemeenschappelijk hebben: hij is lichtgeraakt, en is snel in de gordijnen te jagen. In de Bourla kwam de headsetmicro van Petit trouwens los op dat moment. Omdat ie te hard zweette, kwam de kleefband aan zijn wang los. Halfweg de sketch moest ie met zijn duim de micro tegen houden, terwijl de vier andere vingers naar boven wezen. Het zorgde voor heerlijke situatiehumor waar Petit ook gretig op inspeelde: ‘Ik ben zo een soort olifanten Marokkaan.’ zei ie. Het publiek proestte het uit.

Ook de draak met een reclame voor ijs werd even gestoken in een niet al te vrouwvriendelijke affiche die de vraag stelde: ‘Likken of bijten, bijten of likken?’ waarop een vrouw op seuterige manier ‘Ik zou likken. Dat duurt langer.’ antwoordt tegen het reclamepaneel dat met een knipoog dit een topantwoord vindt.  

‘Dolefanten’ voorzag de voorstelling van opvallend veel muzikale nummers. Dat ging van het countrynummer ‘All my tears’ van Julie Miller, over het grappige meezingmoment ‘A van den Aka’ uit Sing Sing van The Clement Brothers, over ‘Den tango van den chimpansee’, en de folksong ‘Naar de zoo’.

< Bert Hertogs >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news