PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie De man die zijn haar kort liet knippen

donderdag 1 juni 2017Bourla Antwerpen

De
Foto: De Koe

Met ‘De man die zijn haar kort liet knippen’ liet de Koe zich inspireren door de gelijknamige roman van Johan Daisne. Natali Broods speelt de rol van de actrice die zich afvraagt waarom ze het nog allemaal doet. Ze denkt te lijden aan een burnout en stelt vast dat ze uiteindelijk maar een tussenpersoon is voor de emoties van iemand anders, omdat het publiek altijd een voorstelling op zichzelf projecteert en de eigen emoties. Peter Van den Eede is de schrijver, de regisseur. Zij wil dat hij een stuk over hen schrijft maar ziet dat niet zitten. Halfweg de voorstelling zijn we dan, die zo naturel gespeeld is, dat het wel autobiografisch overkomt. De interactie met het publiek, op zoek naar drie rekwisieten (een papieren zakdoek, een muntje en 5 euro in kleingeld) is geniaal.

Twee mensen zien we die te angstig zijn om elkaar aan zich over te leveren en te stappen in het avontuur van de liefde. Bindingsangst als je wil. De daaruitvoortvloeiende conversaties zijn absurd. Zo probeert Van den Eede al bij de start de gemeenschappelijkheden tussen beiden te onderstrepen. Dat ze allebei scheel kijken, loenzen bijvoorbeeld. De omgeving waarin ze zitten is desolaat. Een leeg reastaurant. Enkel witte tafellakens liggen er op de tafels die stijlvol van bovenuit belicht worden uit de nok. Rechts staan de verschillende stoelen op elkaar gestapeld, wat eerder doet vermoeden dat het restaurant gesloten is, failliet als je wil.

Het is in die omgeving die eerder aan verleden doet denken dan aan heden, laat staan toekomst, dat de twee herinneringen proberen op te halen maar al snel vaststellen dat ze niet veel verder komen dan Rome, de wachtrij voor de Sixtijnse kapel waar ze elkaar hebben tegengekomen. Wanneer het onderwerp al lang afgehandeld is, blijft Van den Eede daar verder op bordurden. Simpelweg omdat er verder nauwelijks wat te zeggen is. Dan al voelt de opnieuw ontluikende liefde tussen de twee geforceerd aan, gebaseerd op een geromantiseerde versie uit het verleden.

Zij overtreft hem in kennis van de kunstgeschiedenis waarbij hij probeert om mee te zijn en zijn inbreng op redelijk dominante manier aan haar te verkopen. Inzoomen doen ze dan maar op het werk van Michelangelo, over de sibillen en Mozes die afgebeeld zijn. ‘Waar is de tijd?’ zegt Van den Eede, wat meteen absurd is omdat het aantoont dat hij eigenlijk niet mee is met de conversatie. Eigenlijk converseren de twee ook niet, maar praten ze door elkaar of horen we hen monologen afsteken ten opzichte van elkaar. Op dat vlak is ‘De man die zijn haar kort liet knippen’ erg actueel. Kijk maar in het dagelijks leven hoe weinig er nog dialoog is, maar veel door elkaar geratel en monologen die afgestoken worden.

Met de verwijzing naar de afbeelding van de handen tussen Adam en de vader, God, gaat Van den Eede voor het eerst in de richting van de gevoelens die hij uit ten opzichte van de actrice die hij overdadig complimenten geeft om in haar gratie te vallen en ook om haar te motiveren te blijven doordoen met theater. Het elitaire, snobistische blijft eraf druipen bij hem wanneer hij zegt:’Er zit iets donkerpaars in je stem. Meer patine dan vroeger.’ terwijl zij het niet kan hebben dat hij ‘de vrouw in haar’ waardeert. ‘Wie is dat die vrouw in mij? Ken ik ze? Hoe lang zit die daar? Is dat de oervrouw? Is dat platonisch? Of nee, zie je je moeder in mij?’ antwoordt Natali terwijl die verder luidop begint te denken en op haar beurt Van den Eede de kans niet geeft om te antwoorden op die vraag. ‘Mannen die in elke vrouw die ze tegen komen hun moeder zien, en dan nog wel in de Sixtijnse kapel, wel ik vind dat pervers.’ stelt ze.

Hij is dan ook liefhebber van barok, van overdaad, van sturm und drang. Zij vindt dat te druk, te veel, te onrustig, te hyperkinetisch. Van den Eede is ook druk, staat niet stil wanneer hij aan haar analyse dat de Sixtijnse kapel een voorbeeld is van Italiaanse hoogrenaissance, eraan wil toevoegen dat er ook elementen zijn van Romeinse vroegbarok, waar zij kennelijk in haar gezichtsexpressie er een andere mening op nahoudt. Ook het florentijns maniërisme, en de impact die het werk van Michelangelo had op Rafaël die toen ie de kapel voor het eerst zag, anders is gaan schilderen, passeren allemaal. Eigen aan verliefdheid is elkaar willen overtroeven. En dat doet Van den Eede ook op hilarische manier. Hij wil zijn meerdere niet herkennen in Natali. En omgekeerd is dat net hetzelfde. Wanneer ze vraagt om het over een ander onderwerp te hebben, valt al snel die heerlijk humoristische stilte bij Van den Eede met een ‘euh’.

Hij probeert dan wat over India te zeggen waar hij duidelijk total geen kaas van gegeten heeft waarop zij zegt nog nooit daar geweest te zijn, net als hij overigens, maar wel al stelt dat het Oosten haar niet zo aantrekt. Van den Eede zelf zegt dat ie nog niet verder is geraakt dan Turkije en gaat dan na een tijd over in een redelijk lugubere en plastische beschrijving van wat ie meemaakte tijdens een lijkschouwing. Zijn vriend had hem ooit uitgenodigd om dat mee te maken, en de regisseur was daar op in gegaan. De beschrijvingen waren zo treffend dat het een oude dame te veel werd in de zaal, die wellicht net een dierbare verloren was. Van den Eede had het over een penetrante rotte stank, dat ie al vaak schimmel had gezien maar nog zelden dit. Over half verteerd braaksel en dat dit ons allemaal staat te wachten, ging het ook.

Wanneer hij haar vraagt hem te beschrijven, zegt ze dat hij een post Victoriaan is om zijn dominante houding. Van den Eede reageert heerlijk verbouwereerd alsof dat het eerste is dat ie ooit hoorde over hem. Maar tot dan toe klopt haar analyse als een bus. Het constant het woord willen nemen, haar aanvullen of nazeggen wanneer ze het heeft over hun trip naar Griekenland, Delphi en Olympia, is wel erg herkenbaar. Zij kan haar verhaal nauwelijks doen, hij trekt de aandacht constant naar hem.

Zij verwijst naar Nestor die de romantiek koppelt aan jeugd, de klassieken aan rijper geworden mensen en barok om via versiering voor te lopen op de verbeelding. Twee kaartjes voor ‘Tristan und Isolde’ zorgen voor een meningsverschil of ze nu wel of niet met zijn twee zullen gaan, of slechts een van hen of geen van beiden. De keuzestress, de hypothese van wat als de ander eigenlijk niet wil gaan, het zelf gecreëerde misverstand, zetten beiden in hun blootje. Op een gegeven moment lijkt het ook dat de twee naakt zullen gaan wanneer zij hem uitdaagt zich uit te kleden en dan zal zeggen wat er in haar hoofd zich afspeelt. Dan neemt zij het over en neemt het prerafaëlisme op de korrel: ’Hoe kan je lijden aan een kunststroming?’ Volgens haar zijn het dan ook gefrustreerde monniken. Niet veel later laat hij dan weer optekenen dat ‘wazig niet minder helder betekent’ referend naar het impressionisme.

Maar buiten de elitaire disscussies, trekt de voorstelling ook de kaart van het alledaagse, het banale. Wanneer ze hem meegeeft dat ze een nieuwe ingebouwde ijskast gekocht heeft. Dan foeteren ze allebei op het feit dat verkopers zelden cruciale info meegeven dat er voldoende ruimte moet zijn voor het ventilatiesysteem. Dat een eiervakje met een klepje belangrijk is, omdat eieren de neiging hebben om de geur rondom zich op te nemen. De twee hekelen dat alles tegenwoordig handleidingen heeft maar je de cruciale info nergens vindt.

‘Ik heb zo veel zin om je vast te pakken.’ zegt zij waarop hij antwoordt dat je dat niet moet zeggen maar gewoon doen. Wanneer het zover is, komt ie niet verder dan haar te zeggen: ‘zijt gij nu niet gegroeid?’ Dat staat in schril contrast met het einde waar de onderkoelde vrouw toch de sturm und drang in zich laat tonen wanneer ze hem wegduwt en zij haar terug en dit afstoten uiteindelijk uitdraait in een dans op de tonen van ‘ E Pensare Che Ti Amo’, een nummer van Loretta Goggi uit 1981. Net voor die vernietigende aantrekkingskracht tussen de twee (eigenlijk is het beeld van Adam en god die elkaar proberen te bereiken in de plafondschildering in de Sixtijnse kapel het beste beeld hoe de voorstelling aanvoelt) verwijt ze hem: ‘Ik had nooit les van je mogen krijgen. Al die aandacht van een oudere man... Je ging weggaan bij je vrouw.’

Van den Eede wil haar op een bepaald moment ook een gedicht voordragen wat ie niet doet. De programmablaadje suggereert dat het om ‘De afstand’ van Hektor Van den Eede gaat. Hij zal gedurende de voorstelling naar haar toegroeien en en ook iets rustiger worden waarbij het lijkt dat ze zich willen overgeven aan elkaar of elkaar gewoon kopiëren qua gedrag zoals in de psychologie beschreven staat. Finaal stelt ze hem voor het nog een allerlaatste keer te proberen samen. Omdat ze allebei even verward zijn. Hij wou haar al bij de start een vraag stellen die hij op het einde kwijt lijkt te zijn. Beiden verlaten het restaurant apart en samen tegelijkertijd.

‘De man die zijn haar kort liet knippen’ is een de Koe-voorstelling pur sang waarbij Natali Broods en Peter Van den Eede opnieuw tonen een magisch theaterkoppel te zijn. Vanaf de allereerste woorden voel je die gespeelde authenticiteit die nooit geforceerd aanvoelt. Het lijkt alsof er helemaal geen tekst is - hoewel de tekstbrochure wel degelijk bestaat en te koop aangeboden wordt na de voorstelling overigens - omdat de twee op zo’n vertrouwde, naturelle manier die tekst brengen met zaken waar we ons zo hard aan storen in het dagelijks leven, mensen het woord afpakken, zelf gaan aanvullen, betweterig gedrag (wat ook eigen is aan de eerste fase van verliefdheid). De drie momenten waarbij het publiek rekwisieten aanreiken die verrassend ingezet worden in de voorstelling, breken even het spel en toch staat het niet haaks op het geheel terwijl de twee acteurs wel even uit ‘hun rol’ stappen. De vraag die zich dan ook stelt, is of we het een nadeel vonden dat Natali een ring aan haar ringvinger droeg. In se klopt dat niet met het personage dat ze neerzet. Aan de andere kant, is ze ook actrice op het toneel dat haar publiek om hulp vraagt bij het stuk. Dat is op zijn zachtst gezegd verfrissend voor dit type theater.

Tot slot: Van den Eede liet tijdens de voorstelling weten dat het ergste wat een regisseur kan overkomen niet zo zeer een slechte recensie is, wel helemaal niet gerecenseerd worden. Waarvan akte.

< Bert Hertogs >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news