PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Hope

zaterdag 3 juni 2017Opera Antwerpen

Hope

Met ‘Hope’ sluit Ballet Vlaanderen seizoen 2016-2017 af. Drie producties toont het, twee donkere (‘Café Müller’ van Pina Bausch en ‘Chronicle’ van Martha Graham), met eerder negatieve inslag en een nieuwe productie die een lichtpuntje moet zijn in de duisternis (‘Ecdysis’ van Annabelle Lopez Ochoa). Letterlijk ook: want Ochoa kiest ervoor om in haar choreografie die verwijst naar vervellen, de dansers zich te laten richten naar 1 gloeilamp, naar de hemel, om de oplossing te vinden voor de vele uitdagingen waar de wereld tegenwoordig mee geconfronteerd wordt. ‘Chronicle’ ging – geheel terecht overigens – met het sterkste applaus lopen.

Toonde Ballet Vlaanderen in ‘Spartacus’ in het voorjaar de kracht van de mannelijke dansers, dan lijkt ‘Chronicle’ wel zijn vrouwelijke tegenhanger. Graham zien we de vrouwen krachtige, korte lijnen laten uitvoeren. Openen doet de choreografie die uit drie delen bestaat met ‘Spectre – 1914’, een solo die Aki Saito voor haar rekening neemt. Zittend op twee cirkelvormige treden wordt ze begeleid door strijkers en harp die al meteen een erg percussieve score laten horen. Haar bewegingen zijn scherp, hoekig, net als de armen en handen die ze in rechte hoeken, parallel naar de hemel trekt. Met haar jurk vormt ze een rode dikke draad die ze achter de nek legt op het einde van het eerste deel (de levenslijn die verbroken wordt, de dood). ‘Chronicle’ gaat over een nakende oorlog, een conflict dat op de spits gedreven wordt.

In het tweede deel ‘Steps in the street’ en het laatste ‘Prelude to action’ komen de xylofoon en de piano onder andere aan bod die repetitief en ritmisch de rijke score van de Amerikaanse componist Wallingford Riegger (Finale van New Dance, opus 18B (Steps in the street)) dat georkestreerd werd door Justin Dello Joio en door Stanley Sussman voorzien werd van bijkomende orkestratie, opluisteren. De voorstelling trekt hier met stip de meeste geometrische lijnen. Een grote diagonaal van links achteraan naar rechts vooraan wordt gevormd, telkens een paar zien we achteraan parallel met die diagonale lijn. In het laatste deel wordt de rechte lijn ingeruild voor de cirkelvorm, eerst nog via verschillende kleine cirkels, finaal via één grote. ‘Chronicle’ staat voor doorgedreven en consequente lijnvoering. Voor krachtige vrouwen ook. Het stuk zag in 1936 het levenslicht en was een reactie op de dreiging van het opkomend fascisme in Europa. De dans is dus politiek geladen omdat de choreografe de prelude voor oorlog toont. Ruim tachtig jaar later is die choreografie actueler dan ooit. Ballet Vlaanderen reconstrueerde het werk dat oorspronkelijk 40 minuten duurde en schrapte dus ook. Het resultaat is overdonderend.

Het kan niet gezegd worden van “Café Müller” van Bausch dat nochtans recenter is, het werk dateert van 1978 dat gedanst wordt op enkele aria’s van Henry Purcell: ‘The fairy queen’ en ‘Dido and Aeneas’. Op deze voorstelling ligt wel wat stof ondertussen, zoals we in oktober 2013 al vaststelden in deSingel. Plus het is lang niet zo’n eenvoudige choreografie om te volgen met 4 acties tegelijkertijd: het relatieloze koppel, de scenograaf, een man en twee afzonderlijke vrouwen (de ene die met vertraging bewegingen die eerder te zien waren uitvoert, en een rosse vrouw met dezelfde kleur schoenen die contact probeert te maken maar daar niet in lijkt te slagen.)

In ‘Café Müller’, dat handelt over vervreemding, eenzaamheid en beperkte bewegingsvrijheid zien we vrouwen met open armen naar beneden gericht tegen tafels aanlopen, waarbij een man probeert tijdig de stoelen opzij te schuiven en zo ruimte, vrijheid te creëren. De stoelen staan voor de afwezige dansers, de doden. In hun nachtkleed lijken de vrouwen slapend te wandelen. De setting is donker, met grijze wanden, witte deuren met plexiglas aan de zijkanten achteraan en een draaideur.

Sterk zijn de repetitieve scènes waarbij een vrouw in een mond op mond kushouding gezet wordt met een man, door de scenograaf (een andere man). Hij zal de armen van de andere man naar voor strekken, haar op die armen leggen met de linkerhand achter de nek, waarop ze vervolgens laten vallen wordt, ze opnieuw passioneel hem omarmt, en het geheel opnieuw zich afspeelt, steeds een beetje sneller. Tot het moment waarop de vrouw zich onafhankelijk in die posities wurmt, zich overgeeft aan een man en koudweg gedumpt/laten vallen wordt zonder hulp van de scenograaf.

Andere scènes die terugkeren zijn de vrouw die met ontbloot bovenlijf over een tafel ligt, haar nachtkleed aantrekt, even met een man wandelt, om vervolgens op de grond te vallen waarop hij verder gaat en zij en hij terug hun startpositie innemen. Verder wandelt/fietst zij in de lucht over hem (met de hulp van een tweede man) vooruit en achteruit. De strafste en meest energieke choreografie zien we echter in het destructieve karakter van een relatie waarbij de man, dan weer de vrouw, tegen de muur links of een plexiglazen wand in een 180 graden-beweging gesmeten wordt.

Ballet Vlaanderen is de enige compagnie wereldwijd die het werk van Pina Bausch mag dansen. Tot op heden was Tanztheater Wuppertal Pina Bausch het enige gezelschap die dit werk mocht brengen. Ballet Vlaanderen liet zich weliswaar goed omringen: Malou Airaudo, Dominique Mercy en Jan Minarik, die de oorspronkelijke choreografie gecreëerd hebben samen met Bausch en twee andere dansers in 1978, leidden de repetities samen met vier andere dansers van Tanztheater Wuppertal Pina Bausch: Nazareth Panadero, Héléna Pikon, Jean-Laurent Sasportes en Azusa Seyama.

Ecdysis’, een wereldcreatie van Annabelle Lopez Ochoa staat voor vervellen, en is het enige werk uit ‘Hope’ dat enige hoop uitstraalt al lijkt die wel erg fragiel. De choreografe brengt een synthese van Graham en Bausch, weliswaar met een kleinere bezetting (uitsluitend strijkers) van het symfonisch orkest Opera Vlaanderen o.l.v. Daniel Inbal die ‘Quasi una fantasia’ van de Poolse componist Henryk Górecki laten horen. Café Müller maakt als vanouds gebruik van muziek op tape, en toegegeven, het zorgt ervoor dat die twee andere stukken die wél live begeleid worden meer grandeur meekrijgen. Zijn de kostuums in Chronicle nog overwegend zwart, dan zijn die bij ‘Ecdysis’ wit, trekt ze voornamelijk de verticale kaart (met armen en handen die naar de gloeilamp wijzen), of de horizontale golfbeweging (verwijzing naar de vrijheid van een vis, hier de vluchteling die uit het water komt). Verder zien we ook hier slaapwandelen, en ontbloten de dansers hun bovenlijf wat aan ‘Café Müller’ doet denken.

< Bert Hertogs >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news