PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Een ontgoocheling

zondag 2 juli 2017Koninklijk Atheneum Antwerpen

Een

Het Nieuwstedelijk brengt ‘Een ontgoocheling’ uit 1921 van Willem Elsschot in het Atheneum van Antwerpen. De zwart geblakerde en kale muren van de zaal en het brandluchtje dat nog deels te ruiken is, zeker bovenaan de tribune, zijn stille getuigen van de verwoestende brand die er begin 2003 gewoed heeft. ‘Een ontgoocheling’ is een dubbelproject. Enerzijds is er het verteltheater van Adriaan Van Aken, gespeeld door Jurgen Delnaet en muzikaal omlijst door Benjamin Boutreur (Flat Earth Society), Joris Caluwaerts (Stuff.), Lot Vandekeybus (De Kift – ze zingt ook) en Tim Coenen (Admiral Freebee). Anderzijds is er de audio wandeling met getuigenissen van studenten die school lopen in wat ooit het Athénée Royal was.

Veel en niets is er tegelijkertijd veranderd tussen de periode dat Elsschot - wiens echte naam Alfons De Ridder was – er school liep en nu. Hij kreeg les Nederlands van Pol de Mont die ook Paul Van Ostaijen zou inspireren. Eind negentiende eeuw was het atheneum echter een eliteschool waar les in het Frans gegeven werd. Begin eenentwintigste eeuw is het een concentratieschool waar zelfs camera’s in de toiletten hangen. Qua contrast kan dat tellen...

Niets is er dan weer veranderd als het gaat om de torenhoge verwachtingen die ouders hebben over hun kinderen en de studierichting die ze moeten kiezen op school. Kregen leerlingen vroeger in de lagere school nog een bindend advies welke richting ze moesten uitgaan (ASO, TSO of BSO) dan is dat tegenwoordig niet meer bindend. Met alle gevolgen van dien dat ouders hun kroost overschat in de veronderstelling dat het allemaal wel zal lukken. Net zoals in ‘Een ontgoocheling’ waarin Louis De Keizer de capaciteiten van zijn zoon Kareltje zwaar overschat omdat ie een groot hoofd heeft.

Uit 63 audio interviews die het Nieuwstedelijk deed met vijfde en zesdejaarsleerlingen aan deze school valt op dat er veel studeren voor hun ouders. Ze leggen de lat ook gigantisch hoog. De meesten willen dokter worden. Een ander wou als kind astronaut worden, maar heeft ingezien dat het wellicht iets te hoog gegrepen is. Opvallend is ook de beperkte realiteitszin van veel studenten. Maar een paar die we te horen krijgen, lijken de voetjes op de grond te hebben. Zij zien ook in dat de meeste jongens het leven niet serieus nemen en er van velen wellicht niet veel terecht zal komen. En de meisjes in de klas? Als die huwen, is in de meeste gevallen hun professionele carrière of studentencarrière over en wordt die ingeruild voor een rol als huisvrouw. Jammer is dat het Nieuwstedelijk daar niet verder op ingaat. Vrouwenemancipatie is nochtans een interessant thema. Ook het hoofddoekenverbod lijkt nog steeds te smeulen. De studenten mogen dan wel geen hoofddoek dragen op school, ze hadden kennelijk een probleem om herkenbaar gefilmd te worden of gefotografeerd. Een vaststelling dat het Nieuwstedelijk pas na de audio interviews deed. De jongeren – vooral de meisjes – bleken niet happig om voor de lens te komen. Dus staan er ook enkel algemene sfeerbeelden gepubliceerd in het krantje van de theatermakers.

Getrouwd, met kinderen en een huis. Dat komt het meeste voor in de dromen van de jongeren. Een van de vluchtroutes in het atheneum is onder andere via de speelplaats van de kleuters. Het alarm gaat dan wel af als je via die deur naar buiten gaat. En omdat daar een camera hangt, doe je best iets over je hoofd zodat je niet herkenbaar bent, horen we. Ook de lift nemen naar de kelder waar paddenstoelen gekweekt worden, is een goede tip om zo ongezien buiten te glippen.

Louis De Keizer stuurt zijn zoon Kareltje naar het Atheneum zodat ie advocaat kan worden. Latijnse moet ie dan studeren. De jongen bakt er niets van en moet het eerste jaar twee keer opnieuw doen. Frans, Latijn en rekenen zijn onder andere struikelblokken voor hem. Hij wordt achteraan in de klas gezet en uitgelachen als ‘dikkop’. ‘Een grote lantaarn. Een klein licht.’ concludeert zijn schoolmeester treffend.

Wanneer zijn vader bij de directeur wordt uitgenodigd, valt de droom van De Keizer, die sigarenverkoper is, maar door zijn beperkt verkopersinstinct zijn spul enkel kwijtgeraakt bij kennissen en vrienden, helemaal in duigen. Kareltje kan hij niet meer als uithangbord gebruiken. Hij kan er niet meer over stoefen. Ook zo vele jaren later blijkt er nog steeds niet veel veranderd en zien we erg veel ouders de loftrompet steken over hun kinderen en hun schoolprestaties. Ook flagrante leugens worden dan ingezet. Alles voor het (behoud van het) imago.

Zeer goed is de sfeerzetting van de theatervoorstelling zoals in de opgebouwde spanning wanneer Louis lang wegblijft of zijn wandel gevolgd wordt tot in de vestibule van een van de huizen van ontucht. Muzikaal wordt er ook gerefereerd naar de kindertijd. Zo horen we een zakje knikkers dat tegen een steen ketst als basdrum, knikkers in een pitjesbak, of laat een muzikant ze op een zeef opspringen. Ook speelt het gezelschap even meerstemmig op de (alt)blokfluit. In heel wat middelbare scholen is blokfluit leren spelen trouwens geschrapt in de lessen muzikale opvoeding. Vlaggen – een verwijzing naar de optochten van vroeger of plechtige momenten – staan her en der opgesteld met fragmenten uit het boek/de voorstelling. De vlaggenstokken hebben dan weer het uitzicht van een oversized mikadostokje. Ook dat is een verwijzing naar de kindertijd.

Uiteindelijk kan Kareltje via een kennis van zijn vader aan de slag bij de Compagnie Belge Transatlantique. Maar hij speelt de cognossementen (verklaringen dat de goederen zijn ingescheept) kwijt wanneer hij verwonderd naar een vliegtuig kijkt dat komt overvliegen. Uiteindelijk wordt ie drukker. Wanneer Kareltje zich op zijn eerste dag aanbiedt, vraagt iemand: ‘Jouw naam? Laarmans toch?’ Delnaet herhaalt dat meermaals met verschillende emoties. Laarmans komt niet voor niets in de bekendere werken van Elsschot terug: ‘Kaas’ en ‘Lijmen’/’Het been’.

Hoewel het Nieuwstedelijk een behoorlijke dosis volks karakter in de voorstelling steekt, en onder andere refereert naar de harmonieën en de fanfares, en klassiekers als “De club van geere bij” (van Jaak De Voght uit 1967) of “’t zijn zotten die werken” (van Juul Kabas uit 1979) in “Een ontgoocheling” integreert, steekt dat veel te hard af met het wat stroeve, geforceerde taalgebruik uit Elsschots tijd zoals in ‘Mijn pa was ongesteld’. Het voelt dus wat aan als plassen in een pissijn terwijl een camera je doen en laten registreert, of een fuif waarbij je als adolescent (het controlerend gedrag van) je ouders moet dulden. Ergens voel je je dan te veel geremd, te veel in een keurslijf gestoken, te weinig vrij.

Dat en het feit dat Delnaet in dit verteltheater de tekst in hoofdstukken brengt en pas begint met de volgende tekst na het meegeven van het desbetreffende hoofdstukcijfer, maakt ‘Een ontgoocheling’ behoorlijk schools, afgelijnd, formeel, oubollig ook waardoor er dus een inspanning van het publiek gevraagd wordt om bij de les te blijven. Delnaet en co brengen dus voor alle duidelijkheid vooral de tijd van het Athénée Royal terug op de planken.

Ontgoochelen doet ‘Een ontgoocheling’ weliswaar niet maar naar onze smaak is de voorstelling veel te conventioneel. Geef ons dan maar die audiowandeling, en graag ineens alle vier de versies na elkaar. Zij behandelen in se ook dezelfde thematiek maar dan vertaald naar nu.

< Bert Hertogs >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news