PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Het kleine meisje van meneer Linh

zaterdag 30 september 2017Bourla Antwerpen

Het

Met ‘Het kleine meisje van meneer Linh’ zet acteur Koen De Sutter een geweldige prestatie neer in het Toneelhuis. Zeker als je weet dat de voorstelling op een goeie week tijd helemaal omgegooid is nadat Gene Bervoets, die de rol van meneer Linh voor zijn rekening ging nemen en dus de grootste lap tekst had, verstek moest geven. De Sutter moest zich in korte tijd dus heel wat bijkomende tekst eigen maken, en bewees vooral een begenadigd verteller te zijn. Zeker, de acteur had op de première nog wat houvast nodig links en rechts door de tekst op papier erbij te nemen en vervolgens op het podium te gooien, maar door het rijke beschrijvend en gedetailleerd beeldend taalgebruik dat moeiteloos de juiste sfeer weet op te roepen in Philippe Claudels tekst, stoorde dat zelden. We zijn er dan ook van overtuigd dat verderop de voorstellingenreeks deze productie er helemaal zal staan. Een van de betere Guy Cassiersregies in jaren overigens.

De Sutter zou volgens het oorspronkelijk plan de rol van meneer Bark spelen, een bijrol eigenlijk. Dat het uiteindelijk anders is uitgedraaid en hij beide rollen speelt in combinatie met tekst op het scherm, video – die helaas niet lipsynchroon verloopt – en live loops waarbij hij zelf naast Diederik De Cock tekende voor het geluidsontwerp, toont niet alleen de veelzijdigheid aan van de acteur maar ook zijn enorme flexibiliteit voor het huis en niet in het minst zijn regisseur. Cassiers zagen we dan ook met twee emoties tegelijkertijd het podium op komen om zijn acteur in de bloemen te zetten na de première. Enerzijds was er die opluchting omdat het zeer goed gegaan was, anderzijds de trots, de bewondering voor De Sutter die overigens helemaal terecht was.

‘Het kleine meisje van meneer Linh’ vertelt het verhaal van een man die uit Azië komt en migreert naar Europa samen met zijn zes maanden oude kleindochter Sang diû dat even veel betekent als ‘zachte ochtend’. Hij kauwt rijst in zijn mond tot het een papje wordt, en voedert haar zo. Wanneer ie met de boot aankomt, ruikt ie niets. Dat is een knappe beschrijving die stelt dat wanneer je migreert, je lijf wel fysiek in een ander land komt. Maar dat wil nog niet zeggen dat je er ook op emotioneel vlak bent en je zintuiglijke waarneming al klaar is om dat nieuwe land op te nemen. Via de dienst vreemdelingenzaken krijgt meneer Linh tijdelijke opvang in een slaapzaal waar ie kinderen ziet die naar school gaan en zich de taal eigen maken. Zelf geraakt ie niet verder dan het woord ‘goeiedag’ overigens. De man zelf wandelt constant een blokje rond het centrum en gaat dan op een bankje over het park met de draaimolen zitten. Meneer Bark rouwt er om zijn geliefde die twee maanden geleden stierf. Zij hield de draaimolen open, met kleine paardjes van gelakt hout, een ouderwetse draaimolen, die er bijna niet meer zijn. In de winter sloot ze de draaimolen om vijf uur en in de zomer om zeven uur.

Meneer Bark en meneer Linh hebben allebei dus een trauma te verwerken. En hoewel ze elkaars taal niet verstaan, en ze elkaar verkeerd begrijpen – zo denkt meneer Bark de ganse tijd dat Meneer Linh Meneer Tao-laï heet en vindt ie Sang diû – sans dieu – zonder god, wel een zeer vreemde naam voor diens kleindochter, verstaan ze elkaar wel weliswaar op een ander niveau dan het zuivere taalkundige. In werkelijkheid begroet meneer Linh meneer Bark immers met de begroeting Tao-laï, wat een beleefdheidsformule is. Ze ruilen ook cadeaus met elkaar. Meneer Linh slaagt erin om een pakje sigaretten per dag te krijgen in het tijdelijke opvangcentrum hoewel hij zelf niet rookt. Die sigaretten geeft ie aan zijn enige Europese vriend die op zijn beurt hem op een dag een prachtige jurk schenkt voor het kleine meisje. Maar wanneer meneer Linh wordt overgeplaatst naar een kasteel tussen andere migranten, een gesloten instelling is het, verdwijnt alle contact met zijn vriend. Hij probeert te ontsnappen via de grote poort, wat hem niet lukt, en wordt dan extra in de gaten gehouden, tot ie op een dag over de tuinmuur weet te klouteren via een boom. Hoe ie naar het park moet gaan, had ie ondertussen vanuit zijn kamertje met zicht op de stad vanbuiten geleerd. Ook dat, die beschrijving van de hitte, Linh die in zijn pyjama, badkamerjas en op pantoffels zich een weg baant door de verlaten straten, vervolgens zich in de drukte van het stadsleven bevindt om finaal meneer Bark terug te zien net wanneer ie uitgeput is, zich ellendig voelt, zich afvroeg waar ie in godsnaam aan begonnen is, en een schuldgevoel kreeg ten opzichte van Sang diû waarom hij haar dit heeft aangedaan, is erg sterk. Het is tevens ook een sneer als je wil naar de massa die voorbijloopt en het initiatief wat makkelijk in de schoenen schuift van de overheid. Ook het einde waarbij meneer Linh blind is voor de gevaren om hem heen terwijl ie een drukke baan oversteekt en enkel gefocust lijkt om meneer Bark terug te zien, is opmerkelijk. Het is dan dat deze parabel van ‘Het kleine meisje van meneer Linh’ een dramatisch karakter krijgt en het kleine meisje niet lijkt te zijn wat het is maar ook dat de verteltijd aanzienlijk langer dan de vertelde tijd wordt als een cruciale slow motion in de vertelling die zo zijn dramatische climax kent.

Los van het integratievraagstuk gaat ‘Het kleine meisje van meneer Linh’ voornamelijk over het verwerken van een trauma. Meneer Bark heeft zijn geliefde verloren en wil de herinnering levend houden door steeds naar dat bankje te gaan over het park. Meneer Linh heeft dan weer helemaal geen familie meer, iedereen om hem heen is gestorven. Hij vlucht uit zijn land voor een trauma. Vandaar ook dat hij het nieuwe land niet meteen ruikt. Pas na verloop van tijd zullen zijn zintuigen en emotionele zijn ook de reis naar Europa gemaakt hebben, wanneer ie de geur van de sigaretten inademt op het bankje of in het café bijvoorbeeld.

Koen De Sutter staat live in voor de bruitage en muziek. Zo zien we hem een melodietje op de citer/het hakkebord spelen dat ie in een loop laat horen. Ook fluit ie het wijsje dat meneer Linh voor Sang diû zingt. Verder zien we hem met de onderkant van een glas schuren over de citer en via iets wat lijkt op schuurpapier over het podium wrijven zodat er geluiden ontstaan die doen denken aan de golven op zee. Ook de interactie tussen De Sutters live stem en die uit een transistorradio komt, die heerlijke nostalgische geluiden oplevert overigens, is knap gedaan. Ruis, dat geluid komt overigens hier en daar nog wel terug in de voorstelling.

In de visuals zien we de tekst van de dokter of verpleegster – aan elkaar geregen lees je trouwens ook ‘sterver’ in ‘verpleegsterverpleegsterverpleegsterverpleegster’ – die soms klinkers of medeklinkers missen terwijl de tekst van de tolk wel leesbaar is in het Nederlands. Uiteindelijk draait het kleine meisje van meneer Linh ook over communicatie, dat je elkaar kan begrijpen op basis van timbre, mimiek en gebaren. Meneer Bark vraagt vergeving voor wat ie vroeger heeft aangericht in het land van meneer Linh. Hoewel die laatste hem niet begrijpt, geeft ie hem ruimte, net zoals hij ruimte terugkrijgt.

De vraag die Peter Adriaenssens tijdens het nagesprek aanstipte was: ‘Kan je aanvaarden dat iemand met zijn eigen cultuur naar hier komt? En welke tijd geef je hem?’ terwijl ie zich perfect kon vinden in de regiekeuze van Cassiers om de rol van Bark door een en dezelfde acteur te laten spelen. ‘Waarom zou meneer Bark bestaan?’ vroeg ie zich af. Het lichaam kan weinig: vechten, vluchten of zich dempen. We hebben allemaal stemmen in ons waarmee we in discussie met onszelf zijn. Het zijn ook die stemmen die ter hulp moeten komen na een trauma.’ aldus de Belgische kinder- en jeugdpsychiater die vaststelt dat de geneeskunde, de verplegersstijl met al zijn procedures, de ziekenhuizen met al hun kamertjes die voor migranten soms als een gevangenis aanvoelen, alsook de manier waarop we communiceren met nieuwkomers waarbij te weinig aandacht gegeven wordt aan het sensorische, de manier van zich uitdrukken, het timbre, wellicht tekort komt. “We lijden aan onze taligheid.” klonk het dan ook bij hem. Een pleidooi voor meer intuïtie, het belang van het sensorische én actieve burgerinitiatieven naast overheidsinitiatieven, die boodschap bracht Peter Adriaenssens naar aanleiding van ‘Het kleine meisje van meneer Linh’ in de Bourla.

< Bert Hertogs >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news