PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Kleine zielen

zondag 15 oktober 2017Stadsschouwburg Amsterdam

Kleine

Met ‘Kleine zielen’ levert Ivo Van Hove zijn derde en laatste deel af van zijn Couperustrilogie na ‘De stille kracht’ en ‘De dingen die voorbijgaan’. Toonde het eerste de botsing tussen Oost en West en twee verschillende culturen dan zagen we in het tweede een uiteengevallen familie. In ‘Kleine zielen’ zitten we op het individualistische niveau waar iedereen in een verstikkende omgeving leeft, maar niet samenleeft. Ieder is op zich en draagt een trauma mee. Toch komt er in het stuk het moment dat alle personages een switch doormaken waarbij ze – letterlijk – het lichtpuntje zien, en de basis gelegd kan worden voor een hoopvolle toekomst. Van Hove doet dat echter met een erg clichématig beeld, dat van de lente en de zomer die zich al aankondigt zonder de personages dat zagen aankomen. Ook de finale waarbij Frieda Pittoors in de rol van de moeder samen met de anderen tekent voor een wat prekerig einde, kan er bij ons niet in. De programmabrochure doet uitschijnen dat een happy end voor iedereen een feit is. Maar dat durven wij ernstig betwijfelen. Wel staat het als een paal boven water dat verandering in een mensenleven, een nieuw hoofdstuk aansnijden en de spanning rond het onbekende centraal staan in dit werk. Met een vraag die al bij de start van de voorstelling de kern van de zaak blootlegt: ‘Leven wij echt? Of vullen wij dit huis?’ Maar de vraag is ook in hoeverre mensen wel echt vrij kunnen zijn en dus het leven kunnen leiden dat ze willen leiden. Niet zelden horen we de personages in dit stuk zich afvragen wat ‘de mensen’ wel niet moeten denken van bepaalde situaties. Of hoe publieke opinie, ook in de huidige tijden, een niet te verwaarlozen impact heeft op families en individuen wat dan weer het ‘doen alsof’ in stand dreigt te houden. Concreet vragen we ons dus af of Couperus wel zo bevrijdend leest als deze voorstelling probeert uit te laten schijnen.

Scenograaf Jan Versweyveld plaatst een groot groen tapijt centraal met een paar bijzettafeltjes op, met champagneglazen (Brauws die als arbeider in het buitenland is gaan werken om te voelen hoe het is om uitgebuit te worden, blijkt dus al snel gewoon een verdoken kapitalist), en is omzoomd door planten, sommige zijn verdord andere niet, die druppelsgewijs van boven af besprenkeld worden en de serre voorstellen waar de moeder zo graag vertoeft.

Het trauma dat de familieleden meedragen, is de zelfmoord van Gerrit (Aus Greidaunus jr. in de video van Theunis Zijlstra). Marietje (een ijzersterke Hélène Devos die een overtuigend psychotisch personage neerzet) heeft die zelfmoord meegemaakt en haar vader in een plas bloed zien liggen. Iets waar ze moeilijk overheen geraakt. Haar angstaanvallen zal haar oom Addy (Robert De Hoog) behandelen door haar te hypnotiseren. Addy is de dokter en iedereen van zijn familie is op de een of andere manier patiënt van hem. Maar zelfs al wil ie zichzelf wegcijferen en heeft ie het beste voor met de anderen, dat staat niet in de weg dat zijn vrouw Mathilde (Maria Kraakman) zich absoluut niet aanvaard voelt, laat staan dat ze gelukkig zou zijn in het huis. Zij wou in de stad wonen en dat ie er een praktijk zou hebben. Iets wat ie op het einde effectief voorstelt om te doen, om zich op te offeren voor haar wat zij niet kan toestaan. Zij ziet haar liefde na al die tijd afgekoeld ook al omdat er iets tussen Marietje en Addy ontstaat. Zij is verliefd, hij niet. Maar beide zielen herkennen zich wel in elkaar. Mathilde wordt jaloers omwille van Marietje en de hypnoses die Addy uitvoert met haar. Marietje verwijst ook naar een onzichtbare wereld die zich mengt met de zichtbare. Mathilde die nochtans een leven als een schurftige hond kende, huwde met Addy en zo meteen barones werd, heeft er kennelijk geen moeite mee om dat luxeleven in te ruilen voor het onbekende.

Addy’s ouders Constance (Chris Nietvelt) en Henri (Steven Van Watermeulen) zijn al jaren ongelukkig getrouwd en eisen elk apart hun tijd op bij Addy. Zij wil met hem gaan stappen, hij fietsen. Addy zit dus tussen twee vuren en kan nooit goed doen voor alletwee tegelijkertijd. Tot Constance die depressief is - “Met het ouder worden verschrompelt de ijdelheid en wordt het leven zwaarder.” - Brauws (Hans Kesting) ontmoet en opnieuw verliefd wordt, het jonge meisje in zich opnieuw voelt bovenkomen terwijl ze zich altijd al erg oud gevoeld heeft. Ze ziet ook iets bloeien tussen Gerdy (een frisse en speelse Noortje Herlaar) en haar man Henri die tevens de oom is van Gerdy. Een incestueuze relatie dus, die ze niet afkeurt. Integendeel. Constance kijkt op naar de uitstraling van de twee. Wanneer Constance voorstelt om in alle liefde en vriendschap uit elkaar te gaan met Henri, klampt ie zich toch vast aan de relatie ook al zijn beiden niet gelukkig. Gerdy is jong genoeg voor een nieuwe liefde, vindt ie. Wanneer Constance voor Brauws kiest, krijgt ze echter het deksel op de neus. Hij voelt broederlijke tederheid. Zij zusterlijke welwillendheid. Hij vindt het te laat en voelt zich te oud. Als hij haar had leren kennen in zijn jeugdjaren dan had ie wellicht een relatie zien zitten. Maar nu, wetende dat er zo veel tijd verloren gegaan is, die gedachte knaagt bij hem te veel.

Dankbaar om de gevoelens die hij bij haar losweekte, blijft Constance weliswaar ook al wordt het uiteindelijk niets tussen haar en Brauws. En Marietje? Die ziet in dat ze weg uit het huis moet trekken, en iets met de nieuwe energie doen die ze door haar lijf voelt stromen. Alleen, zonder Addy kan ze het trauma verwerken door er niet constant aan herinnerd te worden in de omgeving waar het plaatsvond. En de moeder? Die wil tot het einde, en ze enkel nog geluid, muziek is, in het huis blijven wonen. Want dat, muziek, is naast een kind de meest pure, zuivere vorm die te vinden is omdat ze niet de menselijke last met zich meedragen, volgens haar. Mensen van zodra ze ouder worden, zitten vol negatieve kenmerken en niet in het minst regeert de leugen dan volgens de moeder.

Daarmee wordt muziek als eenzijdig positief beschouwd terwijl noise, of lawaai, als je wil even goed ook muziek is. De definitie van muziek en de perceptie erover is naar ons gevoel overgeromantiseerd, ook wellicht omdat het een compleet ander medium is dan een boek of theater. Harry De Wit speelt tijdens de voorstelling op een oude houten vleugelpiano, soms belegeid door strijkers uit een doosje. Hij speelt ook klarinet, en zorgt voor de bruitage (een rol die windgeluiden produceert die het kille van de herfstwind laat horen terwijl de ventilatoren de haren en de rokken doet dansen). Tijdens een scène waarbij Constance de verandering meemaakt, wordt de wind ook symbool (via de ventilatoren) voor die verandering, de nieuwe wind die letterlijk over de scène en in haar leven waait. Noortje Herlaar zingt als Gerdy een feilloos a capella en dromerig ‘Somewhere over the rainbow’. Die song horen we in fel contrast met de op dat moment nog donkere, negatieve sfeer die heerst in het huis terwijl zij wel droomt en hoopt. Uiteindelijk blijken dat sleutelwoorden om uit je vastgeroeste situatie te geraken, door te durven dromen en te hopen. Gerdy en Henri zien we bijvoorbeeld dromen dat ze samen op een onbewoond eiland vertoeven, samen in een automobiel, van het snelle type, waar ie al lang van droomt. 

< Bert Hertogs >

Lees ook:

Recensie De stille kracht *** 11 februari 2016 deSingel Antwerpen
Recensie De dingen die voorbijgaan ***** 19 oktober 2016 Bourla Antwerpen


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news