PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Saint Amour 2018

zaterdag 10 februari 2018Bourla Antwerpen

Saint

Saint Amour 2018, de jaarlijkse afspraak met de liefde in de letteren, stond dit jaar in het teken van de echtscheiding tussen het Verenigd Koninkrijk en het Europese vasteland. Althans dat is wat de aankondiging ons liet uitschijnen. Uiteindelijk bleek er totaal geen link met de brexit en was er zelfs geen enkele Britse auteur te bespeuren in het programma. Neen, centraal stond ook nu weer de liefde, verlangen én verlies. Seksuele aantrekking ook tot in het hilarische. Saint Amour nam haar tijd en ging niet voor een vluggertje. De avond klokte in de Bourla op drie uur af inclusief pauze, een uur langer dan aangekondigd.

Toegegeven, fan van literatuur ben ik nooit geweest. Ik ben een erg trage lezer (niet alleen op vlak van tekst, ook als het aankomt op muziekpartituren lezen bijvoorbeeld). Plus ik heb absolute stilte nodig rondom mij om me te kunnen verdiepen in een boek. Komt daar nog eens bij dat ik een licht jeugdtrauma heb opgelopen toen ik tijdens mijn schooltijd verplichte literatuur onder andere in Middelnederlands moest slikken waarbij ik me afvraag of dergelijke foltertechnieken anno 2018 de toetsing met de Universele Rechten van de Mens wel zouden doorstaan. Puur op karakter bleef ik die dingen lezen en vooral ook omdat het moést, niet omdat ik dat graag deed. Zoiets krijg je nooit meer goed.

Vandaar ook mijn keuze om uitzonderlijk eens naar Saint Amour te trekken. Voordeel is dat auteurs daarin voorlezen uit hun boeken en dat de omgeving relatief stil is, op een paar mensen met een vuile hoest na of eentje die het nodig vond om wel erg luid zijn neus te snuiten tijdens het optreden van ‘Pitou’ die met ‘A moment alone’, ‘Cut a hole’ en ‘Debt of a lover’ zichzelf begeleidde op akoestische gitaar. Pitou verloor haar focus niet, maar glimlachte wel breed toen ze het toeterende geluid uit het publiek hoorde. Dat de auteurs voorlezen, zorgt er alvast voor dat de drempel wat verlaagd wordt tijdens zo’n literatuuravond. In eerste instantie ging ik dus niet naar deze voorstelling om de schrijvers die tot dan toe overigens nobele onbekenden voor me waren. Wel om te zien wie er me eventueel zou kunnen goesting geven, me voldoende kon teasen en wie weet wel pleasen om ooit, als ik even vijf minuten tijd heb, terug een boek open te slaan.

Deze Saint Amour werd opgedragen aan Menno Wigman die op 1 februari op 51-jarige leeftijd overleed. Presentatrice van dienst – ‘Ik ben het bindmiddel. De Maizena. En ik hoop dat ik niet te veel ga klonteren’ – was de kersverse Antwerpse stadsdichteres Maud Vanhauwaert. Zij prees Wigman voor zijn zinnelijke beschrijvingen in onder andere ‘Promesse du bonheur’ waarvan we een videofragment te zien kregen. ‘De kamer hijgt nog, geil en stroef. Haar mond, gemaakt voor lippen en genot, haar mond, haar stoere, hoogverheven mond staat goed.’ klonk het op het einde. ‘Geil’ moet overigens een van de meest gebruikte woorden tijdens de voorstelling geweest zijn. Hoewel ‘neuken’ ook best hoog kan eindigen in zo’n lijstje.

Els Moors kwam voorlezen uit ‘Liederen van een kapseizend paard’. Zij wordt binnenkort trouwens Belgische Dichter des Vaderlands. Geen idee overigens wat zo’n titel met een mensenleven doet, laat staan of het überhaupt journalistiek relevant is om het te vermelden. Maar het stond in het programmablaadje, dus neem ik dat gewoon over. ‘Vlinders die nat worden in de regen fladderen en neuken veilig onder een blad in stilte zou je denken maar jouw stem omarmt me geruislozer nog dan de zon.’ klonk het op het einde waarna Sien Volders, mevrouw Lieven Scheire, de liefde om muzikanten, de mandoline- en banjospelers Adam en Jacob van een bluegrassband in Noord-Canada, beschrijft in ‘Noord’. Zoals zij het optreden beschrijft, kan ik het niet ook al zit ik ondertussen negen en een half jaar in de concertjournalistiek. Van journalisten wordt gezegd dat ze mislukte auteurs zijn. Er is iets van aan en enige vorm van nederigheid is op zijn plaats als je een tekst op je bord krijgt als: ‘Op het podium speelt Adam als een bezetene. Midden in een van zijn harmonicasolo’s ziet Sarah hem plots opveren. Luid aangemoedigd door het publiek komt hij dichter en dichter naar de rand. Sarah klapt, schreeuwt mee. Verder spelend, laat hij zich van het podium glijden tot hij voor haar staat. Onversterkt gaat hij met dezelfde overgave verder, zijn voeten stampen de maat. Haar bewegingen volgen zijn muziek. Ze dansen vlak bij elkaar terwijl de menigte het ritme luid blijft meeklappen.’ […] ‘De roes in haar lijf, de muziek, Adams gezicht vlak voor het hare. Ze dansen teen aan teen, knie aan knie, hart tegen hart. Hij legt een hand op haar heup. Ze waden door de dansende lijven naar buiten, tussen het gejoel, de schouderkloppen en de knokkels die over Adams hoofd kroelen.’ Sien las weliswaar de tekst iets te snel voor om ritme te houden, maar viel zo nu en dan ook over haar woorden. De beste Nederlandstalige spreker van de avond was ongetwijfeld Hilde Van Mieghem die met haar lage warme timbre haar tekstfragment voorzag van melodie, zodat de woorden plots een extra laag virtuositeit meekregen zoals enkel een rasactrice dat kan doen.

Ilja Leonard Pfeijffer kwam na een muzikaal intermezzo van Echo Beatty – de band rond zangeres en gitariste Annelies Van Dinder met Louis Evrard op drums en gitaar - dat met ‘Hunger Hunger’, ‘High on a memory’, ‘Ode to the attempt’ en ‘The Boat’ 4 nummers liet horen waarvan enkele al uitgegeven zijn en andere onuitgegeven, aan bod. In ‘Peachez, een romance’ beschrijft hij hoe een professor verliefd wordt op een model dat ie op internet ontdekt en waarover hij gaat fantaseren: ‘Ze was uitgesproken Amerikaans, in die zin dat ze gehuld was in de kleuren van de nationale vlag van dat enorme land, en bleek haar afkomst tegelijkertijd te willen verloochenen in zoverre de omvang van het textiel dat haar bedekte tot zeer geringe afmetingen beperkt bleef. Klein en trots, delicaat en weerbaar, schattig en stoer rees zij voor mij op poserend ten voeten uit op hoge benen plompverloren en uitdagend in de buitenlucht met een bikinietje dat haar naaktheid eerder benadrukte dan verborg.’

Toegegeven, het tweede deel van Saint Amour was een stuk sterker dan het eerste. Rijker ook, speelser én humoristischer. Zo prees Maud Vanhauwaert zichzelf aan in ‘Disclaimer’ waarbij ze tussen de regels door ook haar mindere eigenschappen meegaf. Mocht ik ooit schrijven wat David Szalay deed in ‘Wat een man is’, ik zou meteen aangeklaagd worden voor bodyshaming door een freelance journaliste van een of ander vrouwenblad. Szalay beschrijft hoe je de liefde bedrijft met een corpulente vrouw en hoe dat verre van makkelijk is. Ze moet haar benen wijdt openspreiden, en de matras moet op de vloer gelegd worden, klinkt het onder andere. Tussen al dat knetterend geweld kwamen de passages uit ‘Leger’ van Mieke van Zonneveld nauwelijks tot hun recht. Haar intonatie was te zakelijk, te koel naar ons gevoel.

Terwijl Michel Faber met ‘Undying. A Love Story’ inzoomt op de kanker en het overlijden van diens vrouw Eva, kon het contrast niet groter zijn met Kristen Roupenians kortverhaal ‘Cat Person’ dat op 11 december in The New Yorker verscheen en duidelijk de publiekslieveling van de avond was. Op hilarische manier beschrijft ze de sukkelseks die de 20-jarige Margot met de 34-jarige Robert beleeft bij hem thuis: ‘“I like it,” she said, truthfully, and, as she did, she identified the emotion she was feeling as relief. It occurred to her that she’d never gone to someone’s house to have sex before; because she’d dated only guys her age, there had always been some element of sneaking around, to avoid roommates. It was new, and a little frightening, to be so completely on someone else’s turf, and the fact that Robert’s house gave evidence of his having interests that she shared, if only in their broadest categories—art, games, books, music—struck her as a reassuring endorsement of her choice. ‘ [..] ‘During sex, he moved her through a series of positions with brusque efficiency, flipping her over, pushing her around, and she felt like a doll again, as she had outside the 7-Eleven, though not a precious one now—a doll made of rubber, flexible and resilient, a prop for the movie that was playing in his head. When she was on top, he slapped her thigh and said, “Yeah, yeah, you like that,” with an intonation that made it impossible to tell whether he meant it as a question, an observation, or an order, and when he turned her over he growled in her ear, “I always wanted to fuck a girl with nice tits,” and she had to smother her face in the pillow to keep from laughing again. At the end, when he was on top of her in missionary, he kept losing his erection, and every time he did he would say, aggressively, “You make my dick so hard,” as though lying about it could make it true. At last, after a frantic rabbity burst, he shuddered, came, and collapsed on her like a tree falling, and, crushed beneath him, she thought, brightly, This is the worst life decision I have ever made! And she marvelled at herself for a while, at the mystery of this person who’d just done this bizarre, inexplicable thing.’

< Bert Hertogs >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news