PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie En braaf zijn ★★★

zaterdag 12 januari 2019DE Studio Antwerpen

En

En braaf zijn! Het zijn de laatste woorden die drie kinderen te horen krijgen wanneer ma en pa de deur uit zijn en zij alleen thuis mogen blijven. Het trio Natascha/scary clown (Eva Schram), Lidewij (Anna Vercammen) en Guillaume (Bert Dobbelaere) laat al meteen horen wat ze als kind allemaal niet mogen, zoals met de deur, water, vuur, het licht en plastic speelgoed spelen (‘Ik mag enkel met houten speelgoed spelen.’), of we horen dat er eentje niet naar de dierentuin mag want dat is te duur, enz. Tussendoor gooit er een ander tussen dat papa volgens mama geen verantwoordelijkheidszin heeft. Uiteindelijk leest de tekst van Hanneke Paauwe als een ecologisch pleidooi in een scène waarbij Vercammen als de wereld op consultatie komt bij Dobbelaere in de rol van dokter. De wereld blijkt een temperatuur van 409 graden te hebben wat veel te veel is, en moet in een bekertje plassen wat een gifgroen resultaat oplevert waardoor de dokter niet anders kan dan overgaan tot opereren waarbij allerlei plastic, afval en rommel uit de wereld gehaald wordt. Verder is En braaf zijn! kritisch voor de consumptiemaatschappij (Mensen steken hun huizen vol met dingen die ze aanschaffen zodat ze geen gasten meer kunnen ontvangen), toont het dat rechtse ideeën (in Natascha’s land zijn muggen en vliegen niet welkom en daarna mag en kan er nog vanalles niet) zichzelf vastrijden, en stimuleert het de fantasie van kinderen, ook al gaat ze soms de toer op van de donkere humor en griezelen (met Eva als scary clown bijvoorbeeld). Dat lukt kennelijk erg goed, want de kinderen becommentariëren het stuk de ganse tijd, en geven dus ongedwongen hun feedback. Achteraf gaan ze ook gewoon aan de slag met het gestructureerde rommeltje dat op het podium achterblijft. Of hoe zij kennelijk sneller kunnen schakelen dan volwassenen die zich vooral afvragen of hun kids straks geen nachtmerries gaan overhouden aan die clown die uit de ijskast kwam om maar iets te zeggen.

En braaf zijn! vertelt ook over risico’s, zoals in het verkeer. Dat je op straat met je fiets kan gegrepen worden en als plant in het ziekenhuis belandt zodat je ouders op een dag moeten beslissen of nu wel of niet de stekker eruit getrokken moet worden, bijvoorbeeld. De manier waarop dat wordt verteld is zakelijk, droog, zoals enkel een kind dat kan. Niet beseffend welke emotionele impact dat bij wijze van spreken heeft. Het komt louter aanzetten met iets wat het heeft opgestoken. Volwassenen gruwelen wellicht om die kille zakelijkheid van zo’n tekstfragment. Feit is dat Paauwe erg goed de allerjongsten aanvoelt hoe zij omgaan met zo’n zaken. Ook overdreven aandacht rond veiligheid en angst stelt ze aan de kaak met: ‘Er waren twee ouders die schrik hadden dat hun bloedmooi kindje ‘Ze is om op te eten’ - door enkele kannibalen zou opgepeuzeld worden. Uit angst besloten ze het zelf maar op te eten zodat het dicht en veilig bij mama en papa zou blijven.’  

Natascha, Lidewij en Guillaume proberen ons te overhalen naar hun land te komen. Dat doen ze elk met een pleidooi hoe hun land eruit zou zien en wat er zou mogen en niet mogen. In hun fantasie zijn ouders niet welkom, opa’s en oma’s wel, zijn alle trappen vervangen door glijbanen, is er geen bedtijd, mag je neuspeuteren en het opeten, mag je je vingers in het stopcontact steken zodat je naar een bestemming naar keuze geflitst wordt, zijn er enkel speelgoedwinkels, komt er enkel limonade uit de kraan, of krijg je bij je geboorte al een Iphone en als je broers en zussen lastig doen, kan je ze gewoon wegswipen.

Een van de lugubere fragmenten van de scary clown is ongetwijfeld: ‘Er was eens een vreemde man met een donker rode jas die ’s nachts van elk kind en van elke volwassene de lach wegpikte. De man boog zich voorover, fluisterde een grap in het oor en ving dan vliegensvlug de lach op. De schaterlach, de slappe lach, glimlachjes, binnenpretjes, hij stopte ze allemaal in een zware zak, net zo lang tot er niemand nog kon lachen. Dan begon hij alle speelgoed te pikken. Hij bouwde er een grote berg mee in het bos en stak die in brand. Heel zachtjes kermde elk speelgoedje. Een week later plantte hij overal borden: “Verboden te spelen. Verboden te spelen. Verboden te spelen.“ Wie had hem deze opdracht gegeven? De politie? De scholen? De ouders zelf? Niemand die het wist. Niemand protesteerde. En? Ben je al bang? Ben je al bang? Ben je al bang?’

Uiteindelijk vegen de drie alle rommel snel bij elkaar en halen dat onder een roze deken wanneer een auto te horen is. ‘Dat was al!’ klinkt het hilarisch en erg herkenbaar uit Dobbelaeres mond hoewel de zaak een puinhoop blijft. Uiteindelijk blijkt het vals alarm en gaan de drie verder aan de slag om zo hun eigen dierentuin te creëren: een olifant, roze neushoorn, een konijn, een muis, giraf, een eenhoorn, en een walvis zijn maar enkele levensgrote dieren die ze uit hun fantasie tevoorschijn toveren. Of hoe je met drie makkelijk je eigen dierentuin kan nabootsen. Of de ouders wanneer die terugkomen en het resultaat merken van een middagje spelen, zot, ondeugend zijn, risico’s nemen en je vuil maken, ook content zullen zijn, is iets anders. Maar En braaf zijn! heeft wel een punt dat kinderen te vaak betutteld worden en constant in de pas moeten lopen terwijl ze ongeremd en wild zouden moeten kunnen zijn wanneer ze daar zin in hebben.

< Bert Hertogs >  

Credits:

Tekst en regie: Hanneke Paauwe
Spel: Eva Schram, Anna Vercammen en Bert Dobbelaere
Kostuums: Sara Dykmans
Decor: Kristof Morel
Geluidsdecor: Wannes Deneer
Productie: Villanella & Hanneke Paauwe
Met dank aan: GC De Kroon


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news

  • Newsletter
  • Facebook
  • Twitter