PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie 1980 ★★★

vrijdag 14 juni 2019Stadsschouwburg Antwerpen

1980

Een ode aan het leven is ‘1980’ van Pina Bausch geworden. De ruim drie uur durende voorstelling is wat aan de lange kant, de spanningsboog zit niet altijd lekker, Tanztheater Wuppertal herhaalt zich ook te veel (o.a. in de uitgebeelde eenzaamheid bij de vrouw die helemaal alleen het ene verjaardagskaarsje na het ander mag uitblazen en zo haar verjaardag vieren, of in de vrouw die tijdens verstoppertje gevonden wil worden, maar niemand die naar haar zoekt, het zonnen op het grasveld (al dan niet enkel de blote billen), enz.) in de speelse scènes die naar de kindertijd verwijzen zoals ‘Schipper mag ik over varen?’ (hier op ‘Fisherman fisherman how deep is the water?’) met de fantastische Indonesische Ditta Miranda Jasjfi die erg fris en geloofwaardig het kind in haar op de planken weet te zetten, ‘Zakdoek leggen’ (hier een brief op de tekst ‘I wrote a letter to my mother, on the way I dropped it, and one of you has picked it up and put it in your pocket.’), ‘paardje rijden’ (hier een vrouw die op de schouders van de man zit en ondeugend even haar rok over zijn hoofd doet, waarbij de voorstelling ook een erotische laag meekrijgt, in het tweede bedrijf herhaald wanneer een rij mannen hun broeken uitdoen tot aan hun enkels en een vrouw hun voorkant nauwkeurig gadeslaat en ‘stoelendans’ zijn er maar enkele. Veel van de niet versterkte tekst ging helaas op het balkon – ‘Hallo daar. Kunnen jullie me überhaupt zien?’ - van de Stadsschouwburg verloren omdat de spelers niet voldoende volume maken om het publiek helemaal boven te bereiken. Met dat al dan niet versterkt zijn, speelt de voorstelling ook tijdens een scène van een man in de buurt van een micro die alles fantastisch vindt: ‘You speak low and it comes out loud. It’s better than the other way around. Fantastic!’

De meeste tekstfragmenten moeten immers gewoon erg zacht of subtiel uitgesproken worden. Dat, naast het feit dat de dreunende beats van het festival ‘Atlas op het plein’ op het Theaterplein die tot in de Stadsschouwburg te horen waren, danig de beleving van 1980 verstoorden, zorgde ervoor dat er naar ons gevoel té veel verloren ging om de productie goed en volledig te kunnen lezen. Om kort te gaan: we geraakten niet helemaal in de voorstelling. Het is overigens niet de eerste keer dat de Stad Antwerpen een toelating geeft voor een avondevenement in open lucht, denken we maar aan Joe’s Christmas Ball, dat de programmatie in hetPaleis en de Stadsschouwburg verstoort. De theaters zijn namelijk onvoldoende geïsoleerd om het lawaai van buiten tegen te houden.

Bausch creëerde ‘1980’ toen haar partner Rolf Borzik (die tevens scenograaf was n.v.d.r.) op 27 januari 1980 overleden was. Alle levensfases (maar toch vooral die van de jeugd zoals een kind dat zeurt: ‘I wanna go home’) komen aan bod in deze speelse voorstelling die plaatsvindt op de scène die Peter Bapst creëerde: een grote grasvlakte (hier met echte grasmatten die het volledige podium bedekken) waarop gespeeld en gedanst wordt. Openen doet de voorstelling met een man, een grote kom en een lepel die pap binnenspeelt terwijl ie ‘eentje voor mama’, ‘eentje voor papa’, enz. opzegt.

Naast thema’s als rouw, afscheid en verdriet is er aan humor, soms zelfs donkere humor en ironie, geen gebrek. Zo geeft een vrouw billenkoek (al slaat ze op de onderrug) aan een man op de tonen van Johannes Brahms’ ‘Lullaby’, klinkt een afscheidsrede ‘Je bezoek deed ons veel plezier. Je vindt de weg naar de uitgang wel alleen?’ erg cynisch, wordt een man met rode lippenstift omgeturnd in een vrouw met één nylonsok die tussen de tenen verjaardagskaarsjes krijgt die aangestoken worden, en wordt er zacht en op verveelde toon ‘Hoera’ gezegd na de ‘Hip hip hip’. De absurde kaart trekt de voorstelling tijdens een spelletje ‘Schipper mag ik over varen’ op de tekst ‘Fisherman fisherman, how deep is the water?’ wanneer de tegenspeler van Ditta zegt dat er helemaal geen water is en hij dat moet herhalen. Ook verderop in de voorstelling is er geen water, wanneer een man zit te vissen met zijn visdraad en aas op een blauwe doek of wanneer iemand de reactie uittest hoe de collega’s zouden reageren wanneer er plots water in hun gezicht gegooid wordt. Echt water is er dan weer wél te zien in een knappe danssolo terwijl de grassproeier in het rond spuit. Een sterk grappig beeld? Een naakte man die op een doek gaat liggen, de benen in de lucht houdt en met een rammelaar in zijn hand schudt terwijl hij gefotografeerd wordt, wat een verwijzing is naar en tevens parodie op baby-fotografie. Kritiek op volwassenen zien we in de vrouw die haar volwassen man nog pampert of in het koppel dat onverstoorbaar met de dagelijkse routine (thee drinken) verder gaat, en constant ‘Oh dear!’ slaakt, terwijl in feite de chaos van alledag aan hen voorbijgaat.  

Een van de sterkste scènes uit het eerste deel is met stip die door Ditta Miranda Jasjfi die rondjes stapt en in een loop als een kind ‘I’m tired’ zegt, terwijl ze in haar bewegen én praten beetje bij beetje ook doet alsof ze vermoeider wordt. Op den duur zal ze bij de benen vastgenomen worden door een man zodat ze verder in het rond kan gaan en ‘I’m tired’ kan zeggen. Na een tijdje kan hij haar niet meer houden, moet hij haar neerzetten, draagt ie haar verder zodat ook zij na een korte onderbreking opnieuw haar tekst kan zeggen. In het tweede bedrijf is de speech voor de lege stoel veruit een van de strafste scènes. ‘Next time I need you, I hope that you are not occupied’ tekenen we daarin op. De manier waarop Bausch deze redevoering opbouwt, is ijzersterk. Van een object wordt een persoon gemaakt die rechtstreeks aangesproken wordt. Op den duur zie je als toeschouwer de stoel niet meer als dode materie. Een fenomenale prestatie.

Verder zetten in dat deel de spelers zich naast elkaar en moet het concept van de beauty contest eraan geloven. Aan iedereen wordt gevraagd naar voor te komen, zich om te draaien, en wanneer men terug is even te wuiven naar het publiek. Aan chaos geen gebrek wanneer er moet gesproken worden over dino’s: ‘Ze waren zwaar maar lieten geen (ecologische?) voetafdruk achter’, worden de clichés niet gespaard wanneer ze in drie woorden hun land van afkomst moeten beschrijven, moeten ze een na een de tongtwister ‘Peter Piper picked a peck of pickled peppers. A peck of pickled peppers Peter Piper picked. If Peter Piper picked a peck of pickled peppers, Where‘s the peck of pickled peppers Peter Piper picked?’ proberen opzeggen wat hilarische – gescripte - mislukkingen oplevert, om tenslotte ook erg competitief te blijken wanneer de dansers de blessures die ze opliepen tijdens hun (professionele) leven en de operaties die ze moesten ondergaan, beginnen op te sommen.

Op muzikaal vlak horen we onder andere ‘Zandvoort bij de zee’ van Louis Davids naar ‘Seaside on the brain’ van de Brit Herman Darewski passeren naast ‘Land of Hope and Glory’ (hier erg ironisch gebruikt) op muziek van Edward Elgar en een tekst van A. C. Benson en twee versies van ‘Somewhere over the rainbow’ (op het einde van het eerste bedrijf) die Judy Garland zong. De eerste keer als zestienjarige, de tweede keer met gebroken stem, op het einde van haar leven.

Conclusie: hoewel Tanztheater Wuppertal (letterlijk) haar beste beentje voorzet, en er behoorlijk wat (weliswaar wat losse) sterke scènes in zitten, is 1980 not our cup of tea.

< Bert Hertogs >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news

  • Newsletter
  • Facebook
  • Twitter