PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Het koninkrijk van Henry Darger ★★★

vrijdag 18 oktober 2019CC Deurne

Het

Meer dan vijf jaar hebben we – toegegeven wat ongeduldig – moeten wachten eer Lynn Van Royen opnieuw het podium zou opzoeken in het Antwerpse. Die beproeving was het waard. Toen zagen we haar in Vrijdag van Hugo Claus tot nu toe nog steeds de boeiendste en beste scène neerzetten waarin ze verveling speelde. In Het koninkrijk van Henry Darger trekt Lynn – oogverblindend in een parelwit hemd, zwarte broek en haren in een strakke dot - ook opnieuw die zeer tactiele kaart vol finesse. In de manier waarop ze op een stoel wat gaat wippen, haar witte schoenen en zwarte sokjes uitdoet zodat ze met ontblote voeten, die verraden dat ze niet lang geleden nog de zon zagen, na verloop van tijd op de scène staat. Hoe ze piano lijkt te spelen op de plankenvloer met haar tenen, of de vingers van haar rechterhand doet glijden tussen die van haar linker, zachtjes en traag richting onderarm. Zo veel subtiliteit ze legt in die gebaren, zo veel emotie legt ze ook op het einde van de voorstelling in de scène waarin ze als vrouw de ontrouw van haar man te weten komt. Niet zo zeer om de ontrouw draait het hier, wel omdat haar personage zeven jaar niets doorhad en zich als een debiel voelde. Lynn brengt die woorden in een mix van verdriet, ontgoocheling en zelfverwijt waarbij ze haar tranen de vrije loop laat. Het is zo’n scène die nog lang nazindert. Mochten we een knuffelbeer in onze rugzak bijgehad hebben, we zouden die meteen naar het podium gegooid hebben vanop het balkon om haar wat troost te bieden. Lynn is hier andermaal fenomenaal in de hyperrealistische manier waarop ze haar gevoelens projecteert.

In ‘Het koninkrijk van Henry Darger’ brengen Peter De Graef – die excelleert in het kinderlijke spel van een zwakzinnige maar verder zijn personages met een minder rijk palet inkleurt dan zijn vrouwelijke collega - en Lynn Van Royen het verhaal van Henry Darger die er geen makkelijk leven had opzitten. Hij vluchtte uit het katholiek weeshuis waar ie belandde toen zijn vader gestorven was, wat ‘achterlijk’ was gaf ie achteraf mee omdat ie het er al met al niet zo slecht had: hij kreeg er eten en drinken (hoewel er in een scène kindermisbruik gesuggereerd wordt). Vervolgens belandde hij in een gesticht voor zwakzinnigen en werd zijn naam ingeruild voor een nummer. ‘Henry heeft het hart niet op de juiste plaats’ klonk het. In 1908 ontsnapte hij er en ging ie in een klein appartementje wonen in Chicago waar Kiyoko en Nathan Lerner de eigenaars van waren. Hij werkte lange dagen in een ziekenhuis om daar vooral karweitjes zoals poetsen en de afwas doen, voor zijn rekening te nemen. Na zijn uren en met het weinige geld dat ie verdiende stortte hij zich op zijn levenswerk waar ie zestig jaar over deed. 30.000 pagina’s aan teksten schrijven en zo’n 300 schilderijen maken. Dat werd pas ontdekt toen de Lerners het appartement leeghaalden. Wat aanvankelijk nog beschouwd werd als ‘brol van een dooie’ werd al snel gezien als het resultaat van toewijding, veel toewijding.

Thomas Janssens (concept, tekst, regie) kiest ervoor om het duo van rol te laten wisselen. Lynn speelt dus ook de rol van Henry, en daarnaast zetten ze onder andere ook die van de Lerners neer. Dat maakt de voorstelling eerder een collage van erg fragmentarische elementen. Als toeschouwer heb je dan ook niet zelden het gevoel dat er van de hak op de tak gesprongen wordt. Om kort te gaan: je verliest je (gele) weg wel eens in het stuk. De Tovenaar van Oz – “Blizzard rijmt op wizard”-  is ook een verhaallijn doorheen de voorstelling. De eerste druk werd namelijk in Dargers flat gevonden. Dat ‘Het koninkrijk van Henry Darger’ een fragment ‘Goobye yellow brick road’ van Elton John en ‘Somewhere over the rainbow’ integreert is dan ook logisch, maar ook wat voorspelbaar. In de voorstelling zien we De Graef de laatste pagina’s lezen, minimaal belicht door Kurt Vandendriessche, omdat het licht van de man toen uitgevallen was en hij het moest doen met de straatverlichting om verder te kunnen lezen. Rob Buelens kiest voor een minimal aanpak qua decor, wat perfect past bij het verhaal van een man die het niet breed had. Een paar spots, twee stoelen, witte vlakken die wit licht schijnen links en rechts en een rechthoekig vlak achteraan waarop het werk van Darger en foto’s van Nathan getoond worden, dat is het.  

Het verhaal van Henry Darger lijkt bij momenten vooral een goed excuus om een boompje op te zetten wat het verschil is tussen een artiest (dat Peter ‘een beetje denigrerend’ vindt) en een kunstenaar (‘een predicaat dat anderen op u plakken’) waarbij het verschil tussen beide de toegang, de noodzaak van uw werk is. Lynn haalt er ook de meester vervalser Geert Jan Jansen bij als voorbeeld. Als hij een werk van een meester namaakt en de naam van de originele schilder erop zet, wordt zo’n werk aan veel geld verkocht. Doet ie dat met zijn eigen naam, verdient ie nauwelijks wat. ‘Zonder erkenning bestaat ge niet’ weet ze terwijl ze terecht zich de vraag stelt hoe zo iemand overgeslagen kon worden, niet gezien, in de maatschappij als Henry Darger.

Dargers leven was er een van ellende, van eenzaamheid, van misbruik, hoewel ie zelf ook wel wat op zijn kerfstok had (o.a. iconen stelen en kak gooien naar de beeltenis van de patroonheilige van de zwakzinnigen omdat die er nooit voor hem was). Het debat gaat op den duur ook – net zoals de fase waar de geniale Banksy zich op dit moment in bevindt – over commercieel opportunisme rond kunst. Over vernissages die op den duur meer lijken op een veilinghuis en curatoren die vooral exposure voor zichzelf zoeken. Tot Japanse boeren die erg veel geld hebben uitgegeven voor een trip naar het Louvre om daar een selfie te kunnen nemen met de Mona Lisa op de achtergrond en kunst helemaal niet beleven om ontwricht te worden (of hoe een kunstenaar soms aan zijn of haar doel voorbijgaat). Tenslotte wordt ook het verhaal van Nathan over Kiyoko geïntegreerd. Die laatste werd  vierde op een pianoconcours en speelde daarna niet meer omdat ze vond dat ze niet goed genoeg was. Zij krijgt te horen: ‘Gij kunt zo verschrikkelijk mooi piano spelen. Je zit in een bunker vast achter meters beton.’ en krijgt het advies om opnieuw te leren piano spelen zoals een meisje van acht jaar.      

< Bert Hertogs >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news

  • Newsletter
  • Facebook
  • Twitter