PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Freud ★★★1/2

woensdag 20 november 2019Bourla Antwerpen

Freud

Bestaat er zoiets als hysterie? En kan dat genezen worden via hypnose? Het is de vraag die Freud zich stelt in het begin van zijn carrière waarin ie uiteindelijk tot de conclusie komt dat je met een patiënt best bij bewustzijn in gesprek gaat om herinneringen of trauma’s op te halen (die vaak naar de kindertijd teruggaan) zodat die vervolgens verwerkt kunnen worden. Het twee uur en een kwart durende Freud, waarvoor Ivo Van Hove als eerste theaterregisseur naar Le Scénario Freud dat filosoof Jean-Paul Sartre in 1958 schreef voor een film van de Amerikaan John Huston die gedoemd was te mislukken, stelt de Weense arts centraal die zelf eerst met zijn eigen angsten en trauma’s (antisemitisme wat niet louter iets is van de lagere klasse, van de ongeschoolden) uit het verleden moet in het reine zien te komen vooraleer ie zijn patiënten echt kan helpen. Hij moet dus zelf door de emotionele rollercoaster gaan net zoals diegenen die hij wil helpen. Finaal leest Ivo Van Hoves Freud – dat er aanvankelijk een snel tempo op nahoudt maar na verloop van tijd toch wat sleept waardoor we na 70 minuten en daarna nog eens op onze klok moeten kijken, wat minstens een keer te veel is en de spanningsboog die verslapt aantoont - als een uitnodiging om met elkaar te praten als gelijken. Want zo kunnen we elkaar genezen.

Ook al heeft Bart Slegers een kleine rol (o.a. als de vader van Freud), net die rol zal allesbepalend zijn voor de voorstelling. Slegers excelleert wederom in de manier waarop ie in no time een geloofwaardige bijrol neerzet. Freuds vader wordt in zijn interpretatie een man die wat voorovergebogen, zacht en hees praat terwijl ie wandelt alsof ie over hete kolen aan het gaan is met zijn knieën gebogen. Hij is het die vroeger aangevallen werd in Wenen. Zijn keppeltje werd afgegooid op straat, hij viel en werd bespuwd. Dat antisemitisch voorval zal Freuds identiteit bepalen.

De afwezige vader is een vaker terugkerend onderwerp in het werk van Van Hove. Denken we maar aan Les Damnés. In Freud schaamt de vader zich voor de arme situatie waarin Freuds moeder en hij verkeren: ‘Ik ben een waardeloze vader. Ik kon mijn kinderen niet onderhouden. Mijn kinderen onderhouden mij nu.’ klinkt het uit Slegers’ mond. Het geld dat bestemd was voor Freuds reis naar Parijs om daar verder hysterie via hypnose te onderzoeken via de neuroloog Jean-Martin Charcot (Bart Slegers), geeft Freud dan ook af aan zijn vader.

Het is via Josef Breuer (Steven Van Watermeulen) die ook in hypnose gelooft (maar die na verloop van tijd toch opnieuw de fysiologische weg bewandelde op zoek naar oorzaken) dat ie geld toegestopt krijgt om toch onderzoek te kunnen doen wat tot de basis van de psychoanalyse zou leiden. Op dat moment staat Freud (een uitmuntende Stef Aerts) voor een dilemma. Naar Parijs of in Wenen blijven om de anatomie van de hersenen te gaan doceren als vervanger van Theodor Meynert (Hans Kesting) met zicht op de titel van professor 10 jaar later. Meynert vindt dat Freud top was in zijn onderzoek naar de kleine hersenen maar door hypnose te gaan onderzoeken, vindt hij dat Freud een stap achteruit zet. Op zijn sterfbed blijkt dat Meynert zichzelf echter herkende in de kenmerken die hysterie beschreven. Daarom bleek ie de band met Freud te breken omdat ook hij niet klaar was – net als Freud in het begin van zijn carrière – om geconfronteerd te worden met de kleine kantjes van zichzelf.

Meynert werpt zich op als een van de vernietigendste critici van Freud omdat ie zijn aanbod afwees na een lezing van Freud bij het Weens Medisch Genootschap: ‘De ware ideeën zijn niet nieuw. De nieuwe ideeën zijn niet waar. Hysterie bestaat niet. Laten we terugkeren naar onze professie: elektrotherapie, baden en massages.’ laat Kesting horen. Meynert  verwijt Freud een charlatan te zijn die wellicht miljoenen zal hebben bij zijn dood want schandalen verkopen steeds, zo weet ie. Later confronteert Freud hem met zijn advies waarna Meynert moet toegeven dat die therapieën niet werken: ‘Je kunt net zo goed een pleister op een houten been kleven’.  

Freud rookt sigaren, een behoefte die sterker is dan hijzelf, en die dus vanuit het onderbewuste gestuurd kan zijn. De arts wordt gekenmerkt door een gigantische prestatiedrang. Ook die is ingegeven door het antisemitische klimaat: ‘Als Joden niet bewijzen dat ze de beste zijn, zijn ze per definitie de slechtste.’ Via zijn onderzoek op Breuers patiënte Cäcilie Körtner (Hélène Devos die hier een verpletterd realistisch lijdend personage neerzet) komt de psycholoog tot de hypothese dat alle neuroses misschien een seksuele oorsprong hebben.

Enkele patiënten staan dan ook centraal in deze voorstelling: zoals Paul (Joep Paddenburg) die met zijn rechterbeen sleept maar onder hypnose gewoon kan wandelen. Na de sessie krijgt hij een dubbelzinnig maar heerlijk ‘Bedankt Paul, je kan gaan’ te horen. Verder is er ook nog Karl (Joep Paddenburg) die zichzelf opsluit en vastbindt zodat ie geen moord zal begaan op straat. Maar het is vooral Cäcilie Körtner die de grootste impact zal hebben op wat uiteindelijk Freuds psychoanalyse wordt.

Matteo Simoni blinkt uit als Wilhelm Fliess (in vlekkeloos AN heb je de eerste minuten zelfs niet door dat je naar Simoni aan het kijken en luisteren bent!), een Berlijnse NKO die bevriend raakt met Freud maar de wegen van de twee scheiden na verloop van tijd. Sartre verwerkte in zijn werk namelijk ook de brieven van Freud aan zijn vriend Fliess in opdracht van Huston. Maar terwijl die laatste het scenario dat goed was voor 7 uur film in plaats van in te korten, uitbreidde, strandde die samenwerking. Een ingekorte versie ‘Freud: the secret passion’ flopte, Sartre was niet te zien in de credits van de film.

Jan Versweyveld laat Freud afspelen in een grote ruimte van een oud herenhuis met deuren met daarboven fijn decoratief hout- en glaswerk. De ruimte is polyvalent, en toont zowel de praktijk van verschillende artsen, als de privéruimte van Freud. Sterk is de Weense wals die op een bepaald moment te horen is. We zien Stef Aerts dan walsen terwijl er een grote scènewissel gebeurt (de ruimte wordt bijna helemaal leeggehaald). Daarbij gaat ook een van zijn collega’s even walsen met de machine van de elektrotherapie, wat overkomt als een sterke sneer naar deze methode.

In zijn lichtplan kiest Versweyveld voor klinisch wit kunstlicht, warm kunstlicht, refererend naar vroeger (de kaarslampen aan de muren) en simuleert ie zonlicht via de ramen links die tegelijkertijd door de wolken lijkt te breken op het moment dat Freud tot een doorbraak komt in zijn onderzoek. Contrasteren doet ie vervolgens door de grote ruimte te verkleinen tot een kleine zwarte waarin Cäcilie Körtner thuis op bed ligt. Freud zal met haar daar zijn gesprekstechnieken verfijnen en vaststellen dat haar symptomen zijn ontstaan door hoe haar relatie met haar ouders was tijdens haar kindertijd.

< Bert Hertogs > 


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news

  • Newsletter
  • Facebook
  • Twitter