PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Wie is bang ★★★★

dinsdag 17 december 2019Bourla Antwerpen

Wie

Voor zijn bewerking van Edward Albees klassieker ‘Wie is er bang voor Virginia Woolf?’ ging auteur Tom Lanoye voor het eerst op een andere manier tewerk dan zijn vierentwintig eerdere stukken. Voor NTGent interviewde hij eerst de acteurs en actrices over leven en werk, over het metier toneelspelen, … Die info integreerde hij in de tekst die fictie mengt met realiteit. De scherpe kritiek – subsidies ontvangen als je mensen tewerkstelt die tot een minderhedengroep behoren – is terecht. Zowel in de cultuursector als in de mediasector worden vaak mensen met een kleurtje, waar iets aan is, of die anders geaard zijn aangeworven om aan bepaalde quota te geraken, of simpelweg omdat er subsidiegeld tegenover staat. Wanneer Soufian (Tarikh Janssen) en Sibel (Dilan Yurdakul) lucht krijgen dat ze daarom gecast zijn voor een nieuwe tour met Jo (Han Kerckhoffs) en Denise (Els Dottermans) die al jaren hetzelfde stuk (‘een zielige zwendel onder het mom van kunst’) brengen (‘Bij elke herneming worden wij ouder en lelijker’) dat maar een handvol toeschouwers nog weet te trekken, zijn ze dan ook erg boos.

Lanoye weet dezelfde destructieve scherpe, venijnige taal te hanteren als Albees klassieker tussen het oude acteurskoppel (Els en Han zijn in het echte leven ook een koppel wat een absolute meerwaarde vormt voor Wie is bang dat Koen De Sutter regisseerde n.v.d.r.) en de twee jongeren. Een ‘totaal afgelebberd klotestuk’ vindt Denise het en of dat nog niet genoeg is, geeft ze zowel het matineepubliek (een schoolvoorstelling was het) als het avondpubliek er stevig van langs (‘bassende zeehonden’ en ‘we stonden voor een lege zaal te spelen. Er waren nog drie rolstoelpatiënten zonder begeleider die de rem opgezet hadden’). Wanneer Denise te horen krijgt dat dit niet de laatste voorstelling was, maar ze ook volgend seizoen nog door blijven gaan met twee frisse nieuwelingen waarvoor ze subsidies zullen ontvangen, klinkt het: ‘Zijn het fysiek of mentaal gehandicapten?’ Jo blijkt Nederlandse roots te hebben en een ‘fan’ van ‘gehandicapt’ uitpreken als ‘gehendikept’ en fan als ‘fen’. Hij corrigeert zijn vrouw dan ook en geeft fijntjes mee dat ze het moet zien als ‘een sociaal cultureel programma op middellange termijn’. Twee jonge snaken kan ie zo een job aanbieden én daarmee de prijs van de uitkoopsom drukken.

Soufian blijkt naast sterke rapskills (hier over The Shake, Shakespeare n.v.d.r.) ook in drugs te doen – Wie is bang spaart de clichés niet – en dyslexie te hebben. Dat Denise erop staat om een eerste lezing van het script nog die avond te houden, voelt ie dan ook als vernederend aan. Hij ziet deze rol echter als een kans om eindelijk eens niet de stereotiepe personages, zoals de buitenwipper, de drugsdealer, de loverboy, enz. te hoeven spelen. Sibel om eens niet voor het jeugdjournaal op te hoeven draven in een reportage over hangjongeren.

Het verbale steekspel tussen Jo en Denise slaat over op de jonge ‘theatermakers’, acteurs willen ze zich niet noemen, wat ook het generatieverschil aantoont. Denise antwoordt dan ook laconiek: ‘En wat zijn wij dan? Koekenbakkers?’ Soufian en Sibel blijkt een koppel geweest te zijn, en zij gaan op den duur ook vernietigend om met elkaar net als hun collega’s puur om het spel. Verder zijn er nog de dialogen tussen Denise en Soufian die zich wel aangetrokken voelt tot hem en een zekere urgentie voelt om samen met hem zijn tas te gaan halen in de vestiaire.

Een van de sterkere scènes is die tussen Sibel en Jo waarbij hij voorstelt om haar mentor te worden en je al snel merkt dat ie richting grensoverschrijdend gedrag gaat. ‘Wil je mijn borsten zien?’ vraagt ze dan ook, waarop ie aanvankelijk niet afwijzend reageert. Maar wanneer ze zegt dat ze borstkanker heeft gehad en het resultaat wel wil tonen – een trucje dat ze ook gebruikte op school bij leerkrachten om hen af te wimpelen – is ie kennelijk al minder geïnteresseerd.

Niet alleen de tekst van Lanoye is behoorlijk scherp, hoewel Wie is bang rond de vijftigste en honderdste minuut even inzakt, dat zijn de dialogen in het begin ook in combinatie met de muziek die op de achtergrond te horen is. Wanneer Jo en Denise erg destructief met elkaar omgaan in wat ‘een uiting van liefde’ zou genoemd moeten worden, horen we zacht op de achtergrond ‘A woman in love’ van Barbra Streisand en ‘Loving you’ van Minnie Riperton terwijl Denise kei hard uit de hoek komt: ‘Jo, jij bent een overbetaalde figurant’ en stelt dat ie ‘een unieke gezwel heeft, een humortumor’. Nadat ze appelsienen en haar hakken naar hem gegooid heeft, antwoordt hij: ‘Haar vizier staat ondertussen zo krom als de rest van haar lichaam’.

Aan ironie (zowel in de tekst als in combinatie met de muziek) geen gebrek dus. Ook wordt er wat gespeeld met taal, zo horen we enkele tautologieën (‘Neerbuigend uit de hoogte doen’ en ‘Afdragertje Denise’) ,rijmelarij (‘aansmeren en saneren’, ‘insinueren en insemineren’ , ‘Shakespeare, hij is zo dood als een pier’ en ‘Ons Deniseken heeft en compromiseken’), stellen we enkele verwijzingen vast naar Shakespeare – ‘een Russische trol avant la lettre’, ‘King – veel te lang stuk – Lear’, Hamlet, Macbeth, The Lion King (Sibel zingt even ‘Hakuna Matata’ wanneer ze Soufian kleineert. Maar ook Jo heeft zo zijn ideeën over Soufian: ‘Meer dan Piet Piraat zit er niet in voor jou …’). In het heetst van de strijd gaat het er zowel tussen Sibel en Soufian bij momenten racistisch aan toe : “Je bent maar half gekleurd en hangt nu al de neger uit!” Maar ook Denise zal die weg bewandelen wanneer ze zijn naam voor het eerst hoort: ‘Soufian? Van Zoef de haas?’ klinkt het laconiek, verwijzend naar de Fabeltjeskrant.

Wat ze van het stuk vonden, die twee jonge snaken? Met een ‘Ik vond het echt goed’, ‘Bijzonder. Heel heftig.’ En ‘Pittig voor zijn tijd en nu nog steeds’, wikken ze aanvankelijk nog hun woorden maar na verloop van tijd boren ze het stuk meesterlijk mee de grond in. Denise die het nochtans erg beeldend als ‘kut met peren’ beschrijft, voelt plots de drang om de verdediging voor haar rekening te nemen. Het gaat hier wel om ‘een onovertroffen meesterwerk’ volgens haar. ‘Waarom dit stuk en waarom nu?’ zijn dan weer de vragen die Soufian geleerd heeft op school om zich te stellen voor ie een werk uitkiest.

Opvallend ook hoe veel belang er kennelijk gehecht wordt aan recensies (uiteindelijk gaat het maar over een meninkje n.v.d.r.). Die critici worden soms gelijk gegeven maar ook afgeschilderd als ‘azijnzeikers die overbetaalde dramaturgen willen worden in de grote huizen.’ Bikkelhard gaat het eraan toe wanneer Jo het heeft over de kinderloze Denise: ‘Ze is een beademingsmachine voor twee verdronken eierstokken’ terwijl het feit dat ie wel kinderen heeft bij zijn eerste vrouw zij  als ‘hij is de Mozes van een hele stam’ beantwoordt en verder de Olympische prestatie van zijn Cleopatra ironisch prijst.   

Een van de meest hilarische scènes is die tussen Denise en Sibel wanneer zij voor het eerst de tekst moet lezen. Denise vraagt haar de ‘tongpunt r’ te gebruiken wat tot het meest komische moment van de voorstelling leidt. Ze doet het telkens niet goed en krijgt zelfs de commentaar ‘Nu hoor ik Turks!’ Nog tijdens die eerste lezing vraagt Denise het klein te houden wat ook tot zeer grappige taferelen zorgt.

Jo vraagt het zaallicht aan te doen tijdens een knappe monoloog waarin ie stelt dat het toneel, dat een verzameling is van ongetalenteerden en uitgeblusten, als geheel overleden is, acteurs totaal overbodig en hij die groep zet bij de kantklossers en de hoefsmeden.  ‘We hebben ons leven vergooid aan elkaar en de podiumkunsten. En wat hebben we er in ruil voor gekregen? Niets.’ is Jo’s eindconclusie.

Nou, dat is dan toch zonder het enthousiaste applaus gerekend van een wekenlang op voorhand uitverkochte Bourla die deze Wie is bang erg goed vond.

< Bert Hertogs >

Credits:
S
pel

Tarikh Janssen
Dilan Yurdakul
Els Dottermans
Han Kerckhoffs

Regie
Koen De Sutter

Tekst
Tom Lanoye

Dramaturgie
Alex Mallems

Decorontwerp
Stef Stessel

Kostuumontwerp
An De Mol

Lichtontwerp
Dennis Diels

Regieassistent
Anne-Laure Vandeputte

Productieleiding
Bart Mulder , Greet Prové

1ste inspiciënt
Pieter Nys

Lichttechniek
Frank Haesevoets

Geluidstechniek
Jan Van Ooteghem

Vertaling boventiteling
Eric Borgman

Coproducent
Theaterproductiehuis Zeelandia

Deze productie werd gerealiseerd met de steun van
The Belgian Tax Shelter


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news

  • Newsletter
  • Facebook
  • Twitter