PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Wij de verdronkenen ★★★★

zondag 29 december 2019Lange Lobroekstraat 77 Antwerpen

Wij

Sterk muziektheater brengt Judith Vindevogel met Wij de verdronkenen waarbij ze het werk van de Deense auteur Carsten Jensen uit 2011 herleidde tot een boeiende voorstelling van iets minder dan anderhalf uur. Die kende haar Belgische première op Wintervuur, het Antwerpse festival dat deze keer doorgaat in de buurt de Dam die zich volop aan het ontwikkelen is. Wintervuur is aan zijn laatste editie bezig. Het stadsbestuur verkiest blijkbaar risicovollere massa events boven kleinschaligheid. Eerlijk? Ze dwalen. Op verschillende dagen was er geen doorkomen aan in de trechter die er is tussen de Groenplaats en de Handschoenenmarkt tijdens Winter in Antwerpen. Dan ben je als Antwerpenaar al eens blij nog ergens een relatief rustige plek te vinden in eigen stad om cultuur te consumeren tijdens een periode dat veel huizen gesloten zijn wegens kerstvakantie ...

Verhalen over zeelui blijven generaties inspireren, niet zelden om het avontuurlijk karakter ervan, maar ook omdat emoties zoals gemis en heimwee vaak de kop op steken en van alle tijden zijn. Het is niet anders in Wij de verdronkenen dat niet alleen leest als een eresaluut aan al de schippers die er ooit op zee omkwamen. Een van de sterktes van deze productie is ongetwijfeld dat ze in een wat anonieme loods moeiteloos een bepaalde sfeer weet te creëren en die net als een boot ook van koers kan laten veranderen. Horen we Walpurgis in het begin klassieke instrumenten combineren met minder voor de hand liggende zoals de zingende zaag, viool, melodica, harmonium, oude vleugelpiano, marimba, troms, drummachine, hamers die op hout kloppen, het geluid van een oude Singernaaimachine en een ijzeren plaat die de woeste zee/de storm voorstelt, dan gaat het muzikale landschap ook op den duur over in onherbergzame elektronica met bleeps, geluidjes en gevulde flessen water die een fluittoon produceren. Naar het einde van de voorstelling zien we ook Sarah Yu Zeebroek plaatsnemen tussen de mannen en haar elektrische gitaar bovenhaalt. Het toont aan hoe geslaagd en gelaagd dit heerlijke huwelijk tussen het anarchistische van BOT en de formelere/klassiekere aanpak van Walpurgis is. Met Ana Naqe trekt de voorstelling bijvoorbeeld in de song ‘Are you proud’ ook de operakaart. Een van de absolute hoogtepunten is met stip het nummer ‘Every single finger’ dat Pieter de Praetere inzet waarna de rest van het koor prachtig meerstemmig in deze galmende locatie het nummer lekker doet aanzwellen. Een lied als dit komt zo in deze setting nog beter tot haar recht. Maar wanneer het er iets te stevig aan toe gaat met percussie bijvoorbeeld, is het echo-effect in de hangar te groot en overstemt dat moeiteloos de versterkte zang die dan ook helaas grotendeels verloren gaat. Minstens een nummer heeft daar onder te lijden. Wat jammer is.  

In Wij de verdronkenen heeft Jensen het over de hoogdagen en ondergang van zijn geboortestad, het Deense Marstal. Ooit een havenstad die meespeelde maar er niet in slaagde om op de kar te springen van de veranderende scheepvaart.  Het overlijden van Albert Madsen luidt dan ook eigenlijk de ondergang in van de stad. Hoewel Saïd Boumazoughe op een ladder in een mengeling van Engels en Nederlands, refererend naar hiphop, de vinger aan de pols houdt en de gemeenschap kleineert: “Ons craftmanship is nu shit”, weet hij het tij niet te keren. Alberts zeilschepen en andere bezittingen zijn naar Klara Friis gegaan. Die koopt kastelen aan in de buurt en doet er verder niets mee. Zich inzetten voor de stad en diens economie, lijkt niet meteen haar ding. Veel schepen zijn vergaan tijdens de oorlog, toch wil haar zoon (rol van Matthias Van de Brul) de zee opvaren met een van de laatste grote zeilschepen die hen rest. Dat geheel tegen haar wil. Ze vreest dat ie ooit te pletter zou varen tegen de kliffen. Want een oorlog kan dan wel misschien afgelopen zijn, op zee gaan blijft een hachelijke onderneming en de woeste zee onvoorspelbaar. Ook dan kunnen schepen vergaan.

Wij de verdronkenen is zowel qua taal als qua muziek erg beeldend. Maar het is ook een verhaal van nu. Over een groep mensen, een samenleving die aanvankelijk erg goed aan elkaar hangt maar de cohesie verbrokkelt. “Er zijn geen eenzame momenten. Er is steeds een luisterend oor of een bespeurend oog. Wij zijn wereldburgers uit Denemarken. De continenten bewegen zich dichter bij elkaar. China ligt in onze achtertuin.” klinkt het vol goesting en positivisme. En ook: “We zijn in staat om elke storm af te weren.” Anderhalf uur later is dat idealistisch beeld aan flarden geschoten, waarbij deze voorstelling de huidige tijdsgeest ook erg goed uitademt. Zo veel opportuniteiten, zo veel mogelijkheden, en toch zitten we met zijn allen in een waanzinnige conservatieve, kleingeestige, populistische, nationalistische en protectionistische doem-wereldbeeld te denken. ‘I see the bleeding in the widow’s eyes’ zingt Sam Bogaerts als Albert Madsen in het begin van de voorstelling begeleid door harmonium, een song die later opnieuw hernomen wordt door Pieter de Praetere en Ana Naqe begeleid door Tomas Postema op piano.

Erg beeldend wordt het wanneer beschreven wordt hoe de man aan zijn einde komt. Eerst doet ie er lacherig over dat ie vast is komen te zitten in de modder. De man ontkent aanvankelijk nog dat er iets scheelt: “Dit is belachelijk. Er is niets aan de hand.” Maar de modder zuigt hem naar beneden. Hij heft zijn linkerbeen op. Dat lukt niet. Vervolgens zijn rechter. Dat lukt ook niet. Het lachen zal na een tijd omslaan in pure wanhoop wanneer de verteller meldt dat het gaat vriezen vannacht en hij opgeslokt wordt door het donker. Die scène is eigenlijk een miniatuurweergave van de ganse voorstelling wiens sfeer ook omslaat en grilliger wordt.

Hard is de relativerende, ja zelfs wat spottende maar tevens alles relativerende zang van Geert Jonkers daartussen: “Daar sta je tussen stad en zee” zingt ie als eerste zin wat uitmondt in een prachtig meerstemmig a capella gezongen nummer. De verdienste van Job Van Gerkum met zijn heldere songs, is dat ie kritiek levert op de handeling “We zijn nog maar net begonnen en de eerste is al dood” maar ook wat luchtigheid en humor geeft aan het verhaal. Over schippers zingt ie die nood hebben aan een sigaret waarbij een bemanningslid het bevel krijgt om minstens één sigaret aan te houden vermits alle lucifers op zijn. Verder zien we ook in de bewegingen van de mannen dat hun seksuele honger gestild wordt door masturbatie, het doen met voorwerpen of zich vergrijpen aan een mannelijk bemanningslid. Ook dan voel je dat de wanhoop nabij is, dat het om overleven gaat, driften die komen bovendrijven die ver verwijderd liggen van het idyllische, naïeve beeld dat Klara’s zoon aanvankelijk had over varen. Job is overigens niet de enige die komisch uit de hoek mag komen. Ook Sam Bogaerts mag dat wanneer hij ondertussen een gewone matroos is geworden nadat zijn personage Albert is overleden. Wanneer een gat geslagen wordt in de plankenvloer mag hij op zijn Antwerps de zaak becommentariëren zonder verder een poot uit te steken. Typisch en o zo herkenbaar. “Wat is dat hier allemaal. Godverdomme. Allez. Klote zeg!” Het publiek proest het uit.

Groter kan het contrast niet zijn wanneer Matthias Van de Brul vertelt over het schip dat vaart tussen honderden drenkelingen met reddingsvesten die rode lichtjes tonen. Het wordt dan muisstil in de hangar. We horen hoe zij proberen de schroeven te ontwijken maar daar niet in slagen en zo verhakkeld worden. De boot die een rood spoor achter zich laat met ledematen die her en der rond dobberen. In de overlevingsstrijd denk je vooral aan jezelf. Een Deense man met slechts een arm op zijn schip meenemen. Ook daar wil ie voor passen. Zijn lot laat hem koud en hoewel het een landgenoot is mogen ze er alles mee doen. Kil eigenbelang en individualisme wordt hier sterk gecounterd met een goed argument. De man is een overlever. Die kan misschien van pas komen. Het is via dit soort voorstellingen, die de vinger aan de pols houden van onze maatschappij en kritisch durven zijn, dat sommigen misschien tot inkeer komen. Dat ze best een andere koers varen. Met wat geluk belandt deze boodschap ook bij het Antwerps stadsbestuur, waar ondergetekende als belastingplichtige een aandeelhouder van is. Wintervuur moet blijven. Punt.

< Bert Hertogs >

Wij de verdronkenen speelt nog t.e.m. 4 januari 2020 op Wintervuur

Credits:
Productie WALPURGIS 
Coproductie BOT, Kloppend Hert

Met de steun van de Tax Shelter, de Vlaamse Gemeenschap, Metropolis - Københavns Internationale Teater, Baggård Teatret, Marstal Søfartsmuseum, Fonds Podiumkunsten, deAuteurs

Concept en artistieke leiding Judith Vindevogel

Van en met Sam Bogaerts, Saïd Boumazoughe, Stef Depover, Pieter de Praetere, Pieter-Jan De Wyngaert, Doan Hendriks, Geert Jonkers, Ana Naqe, Tomas Postema, Peter Spaepen, Matthias Van de Brul, Job Van Gorkum, Sarah Yu Zeebroek

scenografie Stef Depover & Doan Hendriks 
muziek BOT & Peter Spaepen 
choreograaf Haider Al Timimi 
dramaturgie Kleo Van Ostade & Orlando Verde 
geluid en wolken Stef van Alsenoy 
lichtontwerp Bert Vermeulen 
kostuumontwerp Johanna Trudzinski i.s.m. Chaja Dams 
techniek en ondertiteling Guy Van den Bril

productieleiding Linde Légat 
communicatie Iris Adriaenssens 
taalcoach Alisa Nadezhkina (Russisch); Christina Davidsen & Louise Kaare Jocobsen (Deens) 
vertalers Veronika Iltchenko (Russisch) & Birthe Lundsgaard (Deens) 
beeldadvies Thij Paijmans 
zakelijke leiding Wim Viaene

Met dank aan Karsten Hermansen, kleinVerhaal, Robert Muda, Peter Van Hal & Divi divi


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news

  • Newsletter
  • Facebook
  • Twitter