PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Achterland ★★★1/2

zaterdag 1 februari 2020Kaaitheater Brussel

Achterland

In 1990 creëerde Anne Teresa De Keersmaeker Achterland. Een voorstelling die een scharnierpunt bleek in de geschiedenis van Rosas. Tot dan toe was het gezelschap en de voorstellingen uitsluitend – excusez le mot – bemand door vrouwen. Toen er drie mannen zich inschreven bij Rosas werd het een gemengd gezelschap. Achterland voelt dan ook aan als grenzen aftasten op zoek naar je identiteit. De impact die mannen op vrouwen hebben en andersom. En jawel, ook de kleine kantjes komen aan bod.

De Keersmaeker laat variëren, spiegelen en herhalen. Ook met gevoel voor zelfrelativering. Zo zien we Bilal El Had in een solo een poging ondernemen met blote benen in rood hemd, zwarte onderbroek en schoenen aan om dezelfde sensualiteit als zijn vrouwelijke collega, de Franse Laura Maria Poletti, te benaderen. Het wordt een farce uiteraard. De man ziet er niet alleen erg onbeholpen en dom uit met zijn behaarde benen en stevige mannenschoenen, zijn poging om zijn derrière te laten golven, een van zijn benen naar buiten toe te strekken om zich zo optisch langer te maken … slaat werkelijk nergens op. Achterland lijkt hier niet alleen te knipogen naar de onhandigheid van mannen, de scène voelt ook aan als een parodie aan op vrouwen. Verder zien we iemand bij een groepsdans net te laat komen en nog snel even hollen naar het vak waar die moet starten. Of zien we iemand tijdens het lopen nog snel een broek aantrekken, alsof hij of zij te weinig tijd gekregen had voor de quick change. Het leven zoals het is. Ook dat zit in deze voorstelling als je wil, ijzeren discipline volgens strikte regels en wiskundige wetmatigheden versus vrije, losse uiting van emoties.

Vrouwen zien we wulps maar ook wat hetzelfde alsof ze in een korset gestoken zijn met hun wit hemdje, grijze rok en grijze vest de zakelijke mannelijkheid tonen. Het is dat spanningsveld tussen strenge preutsheid en ongeremd jonge speelsheid die we bij de start van Achterland te zien krijgen, ook in de kledij van Ann Weckx. Opvallend daarbij is dat de vrouwen zich onder invloed van mannen zich stapsgewijs een kleurrijker outfit aanmeten op den duur om eruit te springen ten opzichte van de anderen. Vaarwel uniformiteit. Welkom diversiteit.

Vooraan zien we hen met hun grijze jurk en wit hemdje met de rechtervoet naar achteren gericht terwijl het linkerbeen met de voet tegen het bovenbeen van het andere raakt zodat hun witte onderbroekjes frontaal te zien zijn. Het vijftal lijkt zo op schoolmeisjes die zich helemaal niet bewust zijn van de intieme inkijk die ze aan de kijkers geven. Ze kloppen met de vuisten op de houten podiumelementen, plaatsen hun handen achter de rug, strekken hun armen, … wat aanvoelt als een Oosters geïnspireerde choreografie. Ballroomdancing (wanneer we ze gemengd in koppels zien), Ierse tapdans, volksdans (inhaken en draaien), videoclipdans (eerst in de solo, daarna met allemaal het bovenlichaam shaken) … erg veel verwijzingen zien we De Keersmaeker naar verschillende bestaande dansvormen integreren, ook al doet ze dat al even vluchtig als de impulsiviteit van de pianoscore die van de hand is van György Ligeti.

Contrasterend daarmee kiest ze voor veel ingehoudenere expressie via de muziek van Eugène Ysaÿe. Hier zien we dat spanningsveld ook via de choreografie waarbij de danser zich ook dicht bij de partituurstaander begeeft. Later in de voorstelling krijgt de muzikant trouwens een duwtje, alsof ie aangezet wordt om ook wat in beweging te komen.

Links-rechts, voor-achter zien we in het lichtplan van Jean Luc Ducourt waarbij de belichting drie lange rechthoekige strepen horizontaal trekt, parallel met de podiumrand. 10 vierkanten worden vooraan geprojecteerd. Ook achteraan zien we enkele vierkanten op het podium schijnen. Het lichtplan varieert ook naar drie rechthoeken aan beide kanten van voor naar achter het podium met tussen de twee zes vierkanten. Het is in die vlakken dat we de acht dansers, 5 vrouwen, 3 mannen zien dansen en die lijnvoering in het lichtplan dan ook extra beklemtonen. Naast de strakke lijnen, laat De Keersmaeker haar dansers ook de spiraal, kromme en de cirkel uitvoeren. En dat doet ze niet zelden in combinatie met de hoog-laag beweging waarbij ze de dansers laat opspringen (soms met de knieën ingetrokken naar boven), vallen en in twee keer via de linker elleboog rond hun as laten draaien. In de groepsdans trekken ze onder andere de diagonale lijn wanneer ze van achteren naar voor bewegen. Maar de vrouwen vormen ook een diagonaal (let ook op de hoeken die ze vormen met hun lichaam: hoofd, schouders, benen, armen, ellebogen) door schuin te liggen met het hoofd rechts achteraan de rug van de stoel terwijl hun benen zich uitstrekken rond de poot aan de linker voorkant van de stoel. Hun lichamen houden ze op dat moment strak opgespannen. Ook zo wanneer ze voorovergebogen met de nek bijna 90 graden zich gaan verhouden met hun bovenlichaam zittend (waar je ook een hoek van 90 graden in kan zien) terwijl de benen naar achter gericht zijn in twee hoeken van 45 graden.

Zittend achteraan zien we de vrouwen variëren rond dezelfde bewegingen, ook soms gewoon door te tintelen met de tenen en daarbij ritme te creëren via variaties of de golvende beweging via het voetenspel te tonen. Hier speelt De Keersmaeker met timing waarbij ze bij momenten drie groepjes vormt die elk met een fractie vertraging ten opzichte van de andere groep de beweging uitvoert. Het sterke hier is dat de vijf altijd even samen komen en hetzelfde samen uitvoeren om vervolgens zich opnieuw meer van elkaar te gaan onderscheiden. Spiegelen zien we een man die met zijn schouders van links naar rechts snel beweegt en even lijkt te boksen in de lucht met beide vuisten. We zien hem die bewegingen links vooraan uitvoeren in een belicht vierkant. Na een tijd duikt ie terug rechts achteraan op en zien we hem dat met de rug naar het publiek gekeerd doen, om vervolgens in het vierkant links achteraan een combinatie van beide te brengen, als een soort synthese van voor- en achterzicht.

Achterland heeft dus erg veel te bieden qua structuur en vorm. Maar de voorstelling herhaalt zich iets te vaak naar ons gevoel en is ondanks de hoeveelheid aan info tamelijk eenvoudig leesbaar. Verder staan de dansers zelf in voor hun kleding- en podiumwissels waardoor de spanningsboog van de voorstelling meermaals doorbroken wordt. En de cues met duidelijk knikkende dansers naar de muzikanten of wanneer ze dat verbaal doen, zijn ons ook onvoldoende subtiel.

Het neemt niet weg dat vooral de vrouwen behoorlijk pittig en intens (vallen, rollen, glijden) voor de dag mogen komen. Wanneer de Franse Soa Ratsifandrihana een snelle beweging maakt met haar kroezelhaar vliegen de zweetdruppels de lucht in wat een erg mooi beeld oplevert, verschillende malen. Het doet ons zelfs in die mate opnieuw hunkeren naar een choreografie voor vrouwen met natte haren (ook al is dat niet zonder risico’s om uit te schuiven). Een van haar collega’s viel overigens bij de start van de voorstelling van het rechter podiumelement door een inschattingsfout van de grootte ervan. Achteraf hoorden we toch wel wat toeschouwers het over dat voorval hebben, terwijl er zo veel meer te vertellen valt over Achterland …

< Bert Hertogs >   

Credits:

choreography Anne Teresa De Keersmaeker
mise en scène Jean Luc Ducourt
danced by (alternating) Laura Bachman, Lav Crncevic, Léa Dubois, José Paulo dos Santos, Anika Edström Kawaji, Bilal El Had, Frank Gizycki, Robin Haghi, Yuika Hashimoto, Laura Maria Poletti, Soa Ratsifandrihana, Luka Svajda
created in 1990 with Nordine Benchorf, Bruce Campbell, Vincent Dunoyer, Fumiyo Ikeda, Marion Levy, Nathalie Million, Carlotta Sagna, Johanne Saunier
music György Ligeti, 8 Études for piano solo (Désordre, Cordes à vide, Touches bloquées, Fanfares, Arc-en-ciel, Automne à Varsovie, Galamb Borong, Fém), Eugène Ysaÿe, Sonatas 2, 3 & 4 for solo violin 
musicians piano Wilhem Latchoumia / Joonas Ahonen 
violin Juan María Braceras / Naaman Sluchin
set Herman Sorgeloos
lighting design Jean Luc Ducourt
costumes Ann Weckx
rehearsal director Fumiyo Ikeda
assistants for the revival Nordine Benchorf, Johanne Saunier, Fumiyo Ikeda, Vincent Dunoyer
artistic coordination and planning Anne Van Aerschot
technical director Joris De Bolle
sound Alexandre Fostier / Antoine Delagoutte
costumes coordinator Heide Vanderieck
sewing Charles Gysèle
wardrobe Ella De Vos / Emma Zune / Ester Manas
technicians Max Adams, Jonathan Maes, Quentin Maes, Michael Smets
special thanks to Bruce Campbell
production Rosas
co-production 1990 Kaaitheater, De Munt/La Monnaie, Stichting Van Gogh 1990, Rotterdamse Schouwburg, Théâtre de la Ville
world premiere 27 November 1990, La Monnaie/De Munt
Rosas is supported by the Flemish Community and by the BNP Paribas Foundation


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news

  • Newsletter
  • Facebook
  • Twitter