PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie The Lighthouse ★★★★★

donderdag 16 juli 2020Lumière Antwerpen

The
Foto: A24 Films

Een meesterwerk. Dat is The Lighthouse van regisseur Robert Eggers dat ie samen met zijn broer Max Eggers schreef. De prent die zich eind 19de eeuw situeert, houdt het midden tussen een psychologische thriller, horror-, drama- en fantasyfilm. Al vanaf de eerste seconde is de zwart-wit film hypnotiserend, bezwerend, eng en fascinerend. De cinematografie waarbij Eggers de beelden voor zich laat spreken, het repetitieve van het vuurtorenlicht dat voorbij komt, het repetitieve in het eenzame leven van de vuurtorenwachter en zijn nieuwe assistent … in combinatie met het dreigende industriële geluid dat die vuurtoren veroorzaakt, maakt van deze film die letterlijk en figuurlijk erg donker is waanzinnig sterke cinema. Het vierkant beeldformaat versterkt het isolement van de twee hoofdpersonages Ephraim Winslow/Thomas Howard (Robert Pattinson) en Thomas Wake (Willem Dafoe). Het geeft je als kijker meteen een benauwd, claustrofobisch gevoel zoals het leven op die rots ook is.

Het buitenmenselijke spel tussen Dafoe en Pattinson is van een nooit eerder gezien en torenhoog niveau. En al van bij de start, wanneer Dafoes personage scheten laat, weet je dat de eerste ergernis ontstaat bij het andere personage. Het geeft Robert Eggers de mogelijkheid om van daaruit zeer secuur zijn spanningsopbouw te beginnen. Die scheten zullen uiteindelijk de voedingsbodem worden voor de gewelddadige opstand van Howard tegen zijn baas.

Dafoe speelt immers op meesterlijke wijze een dominante vuurtorenwachter die zijn nieuwe hulp commandeert, bijna als een slaaf of meid behandelt en nooit tevreden lijkt met diens werk: ‘And if I tells ye to yank out every single nail from every molderin‘ nail-hole and suck off every speck of rust till all them nails sparkle like a sperm whale‘s pecker, and then carpenter the whole light station back together from scrap, and then do it all over again, you‘ll do it! And by God and by golly, you‘ll do it smilin‘, lad, ‘cause you‘ll like it. You‘ll like it ‘cause I says you will! Contradict me again, and I‘ll dock your wages’.’

Ephraim Winslow/Thomas Howard die net als Wake zijn demonen tegenkomt op de rots, en onder andere dreiging ziet in een zeemeeuw die voor de deur staat, op de raam tikt, en hem lijkt te willen aanvallen als ie een dode meeuw ontdekt in een waterput die met olie gecontamineerd is, moet weliswaar dweilen met de kraan open (letterlijk ook wanneer het stormt). Het huisje waarin ze wonen, verkeert niet in goede staat, en is niet opgewassen tegen een lange en hevige storm. Het water is vervuild met olie en dus niet drinkbaar. Hoewel Howard geen alcohol drinkt, en een toost bij het eerste avondeten weigert – iets wat volgens Wake net zoals het doden van een zeemeeuw ongeluk zal brengen (In ‘em‘s the souls of sailors what met their maker.’)  – zal ie geen andere keuze hebben dan zich ook te storten op de alcohol. Het gevolg: momenten van kameraadschap waarbij we het duo zien volksdansen en zingen op traditionals als ‘Homeward Bound’, ‘Doodle Let Me Go (Yaller Girls)’, ‘How We Got Back To The Woods Last Year’ en ‘Monday Morning’ en zelfs slowen worden seconden later meteen afgewisseld met rauwe beelden waarin ze elkaar in de haren vliegen.

Howard zal op een soort oedipale manier zowel ontzag als afgrijzen kweken ten opzichte van Wake. Hier bewandelt de film het pad van de psychoanalyse.  Howard zal na een tijd ook de rol van meerdere-mindere willen omdraaien, zeker wanneer ie de vernietigende kritiek van Wake op zijn werk las in het logboek: ‘You think yer so damned high and mighty cause yer a goddamned lighthouse keeper? Well, you ain‘t a captain of no ship and you never was, you ain‘t no general, no copper, you ain‘t the president, and you ain‘t my father -- and I‘m sick of you actin‘ like you is! I‘m sick of your laugh, your snoring, and your goddamned farts. Your damned goddamned farts. Goddamn yer farts! You smell like piss, you smell like jism, like rotten dick, like curdled foreskin, like hot onions fucked a farmyard shit-house. And I‘m sick of yer smell. I‘m sick of it! I‘m sick of it, you goddamned drunk. You goddamned, no-account, drunken, son-of-a-bitch-bastard liar! That‘s what you are, you‘re a goddamned drunken horse-shitting -- short -- shit liar. A liar!’

Wanneer Howard die meerdere-mindere relatie omdraait, bindt ie Wake aan een les, behandelt hem als een hond, gooit hem in een put en wil hem levend begraven. Hoewel hij Wake die al jaren een quasi solitair bestaan kent, en geen contact heeft met de buitenwereld, ontmenselijkt vindt, bruut en op bepaalde vlakken dierlijk, blijkt Wake wel degelijk nog een aardige lap tekst te kennen die zijn affiniteit met cultuur toont wanneer ie bevestiging wil horen van Howard dat ie goed kreeft kan maken (wat sommigen analyseren als achter een compliment vissen over zijn penis): ‘Hark Triton, hark! Bellow, bid our father the Sea King rise from the depths full foul in his fury! Black waves teeming with salt foam to smother this young mouth with pungent slime, to choke ye, engorging your organs til‘ ye turn blue and bloated with bilge and brine and can scream no more - only when he, crowned in cockle shells with slitherin‘ tentacle tail and steaming beard take up his fell be-finned arm, his coral-tine trident screeches banshee-like in the tempest and plunges right through yer gullet, bursting ye - a bulging bladder no more, but a blasted bloody film now and nothing for the harpies and the souls of dead sailors to peck and claw and feed upon only to be lapped up and swallowed by the infinite waters of the Dread Emperor himself - forgotten to any man, to any time, forgotten to any god or devil, forgotten even to the sea, for any stuff for part of Winslow, even any scantling of your soul is Winslow no more, but is now itself the sea!’ De omgeving waarin de twee wonen is onnatuurlijk en zo ook is het licht: vaak moeten ze het in het donker stellen met een paar olielampen in een verder nagenoeg pikdonkere omgeving.

Als een vaderfiguur gedraagt Wake zich de ganse tijd. Bezeten lijkt Howard (die blik van Robert Pattinson wanneer ie met zijn ogen naar boven staart in combinatie met dat bezwerende, dreigende fluittoontje in de soundtrack!) steeds meer om toch ook eens boven te mogen komen en het licht, het geheim te mogen zien van de vuurtoren, iets wat Wake hem verbiedt wat nochtans niet in het contract van Howard zou staan. De vuurtoren is één groot fallussymbool en boven bevredigt de vuurtorenwachter zich meermaals terwijl Howard zichzelf stimuleert via een beeldje van een zeemeermin in de hand.

Op dat vlak kan je de prent ook zien als een waarin Howard eigenlijk nog als een kind beschouwd wordt en klein gehouden wordt. Hij is nog niet rijp genoeg volgens Wake om het mysterie te kunnen en mogen aanschouwen en blijkt achteraf gelijk te krijgen in zijn vermoeden en voorspelling. Max en Robert Eggers trekken dan ook de mythologische kaart en zo krijgt Wake de karakteristieken mee van Proteus uit de Griekse mythologie terwijl er bij het einde, wanneer Howard het licht ziet, verwezen wordt naar de mythe van Prometheus.

< Bert Hertogs >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news

  • Podcast
  • Facebook
  • Twitter