PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Carmina Burana ★★★★

zondag 3 mei 2026Stadsschouwburg Antwerpen

Carmina

‘O Fortuna’ is ongetwijfeld een van de bekendste koorpartijen. De imposante klank heeft menig reclame- en filmmaker ertoe bewogen het te gebruiken in zijn werk. Zo’n negentig jaar geleden schreef Carl Orff de muziek voor dit werk waarin het koor een prominente rol heeft. Music Hall zette daarom naast het grote symfonische orkest La Passione o.l.v. Paul Dinneweth ook het gemengd koor deCHORALE en knapenkoor Flanders Boy Choir op de scène. Het podium van de Stadsschouwburg van Antwerpen was te klein om al deze zangers en muzikanten met hun instrumenten te plaatsen. Een deel van het slagwerk stond op het zijpodium opgesteld. Maar het effect van zoveel uitvoerders loog er dan ook niet om: we zaten letterlijk in een bubbel van klank.

Omdat je het publiek niet zomaar voor de leeuwen gooit door te openen met ‘O Fortuna’, was er als voorgerechtje een uitvoering van Ravels ‘Bolero’ voorzien. Voor de fans van de Olympische winterspelen is deze muziek voor eeuwig verbonden met de iconische kür die Torvill en Dean reden op de spelen van 1984. Filmfans denken misschien eerder aan de iconische scène tussen Bo Derek en acteur Dudley Moore in de film ‘10’. Ongeacht je persoonlijke voorkeur blijft de ‘Bolero’ vooral een iconisch muziekstuk dat je langzaam meeneemt door de verschillende klankkleuren van het orkest. 

Op zich heeft de ‘Bolero’ muzikaal weinig om het lijf. Het stuk start met een eenvoudig ritme op de snaardrum dat heel erg zacht start en steeds weer herhaald wordt. Gedurende een vijftiental minuten blijft deze ondertoon doorklinken, maar neemt hij heel langzaam in kracht toe tot op het punt dat ze gespeeld wordt door twee drummers. Tegelijkertijd is er een melodische lijn die telkens door een ander instrument of instrumentengroep gespeeld wordt. Op zich is die melodie ook telkens dezelfde, maar ze volgt de crescendo van de drummer door ze door een ander instrument te laten spelen. 

Zo start de melodie van de ‘Bolero’ heel zacht op dwarsfluit. Zij heeft de eer om je heel stilletjes mee te nemen in de trance van de muziek. Dan komt de klarinet gevolgd door fagot en harp. Het gevoel blijft heel dromerig en zacht, maar er is al wat romantiek mee. De violen met op de achtergrond de hoorn leveren wat exotische toetsen in de klank, maar het blijft nog beheerst. 

De ondertoon van de snaardrum heeft je ondertussen stevig in een trance gebracht en de melodie krijgt voorzichtig wat meer body bij de blazerssectie waar de trompet mee mag spelen met de dwarsfluit. De saxofoon, de klarinet en combinaties van blaasinstrumenten werken toe naar de kracht van de trombone. Ondertussen hebben de violen op de achtergrond de hulp gekregen van de cello’s en zelfs de contrabassen, maar La Passione heeft nog meer in haar mars. 

De strijkers nemen het heft én de muzikale lijn nu in handen en de muziek zwelt duidelijk aan. Je voelt als toehoorder de euforie van het moment toenemen. Dirigent Paul Dinneweth roept met zijn handsignalen de muzikanten niet langer op om rustig en kalm te zijn, maar vuurt ze aan om op te komen. Het volume stijgt, de passie neemt toe, het orkest mag voluit en het slagwerk mag zich mee in de strijd gooien voor de grote finale. En nu is het publiek klaar voor de confrontatie met Orffs ‘O Fortuna’. 

Het openingsnummer van ‘Carmina Burana’ valt namelijk behoorlijk met de deur in huis. De leden van deCHORALE starten volle bak met: “O Fortuna, velut Luna statu variabilis.” Je wordt met je rug in de zetel geblazen van de vocale kracht die op je af komt. En net op het moment dat je went aan al dat muzikaal geweld, gaan ze ritmisch fluisteren. De cadans primeert op de melodie en net als bij de ‘Bolero’ gaat het stilaan in crescendo. De strijkers volgen de melodie van de zang en het geheel explodeert in een bruisende finale waar de grote trom en de pauken de kracht naar een hoogtepunt brengen. 

Na de klaagzang over het noodlot, is het tijd om de lente te bezingen. Karl Orff heeft “Veris leta facies“ (De vrolijke aanblik van de lente) vooraan dit deel gezet. Wie goed luistert hoort in de instrumentatie zacht de vogels fluiten. De lente brengt iets positief, iets vrolijk en optimistisch en dat is dan ook te merken in de orkestratie en de zang. Je hoeft geen Latijn of Middelhoogduits te verstaan om het gevoel achter de teksten te begrijpen. Je hoeft alleen maar te luisteren en te beleven. 

Want uiteindelijk draait heel ‘Carmina Burana’ om de belevenis. Door het magistrale in de uitvoering en de onverstaanbaarheid van de tekst, word je als toehoorder uitgedaagd om in de muziek te kruipen en de taal van het ritme en de klank te laten spreken. Het is dat wat ‘Carmina Burana’ geniaal maakt. Je voelt het geweeklaag van ‘O Fortuna’, je voelt de vreugde om de lente, je hoort de vogels fluiten, je voelt de miserie wanneer de tenor (Laurens-Alexander Wyns) ‘Olim lacus colueram’ brengt. Wat maakt het uit dat hij zingt: “Toen ik een zwaan was, ooit dreef ik in al mijn schoonheid over de meren. Wat een smart, nu ben ik zwart door het vuur dat mij brandt! De kok draait het spit. Rondom braadt het vuur.”? We hadden nooit kunnen raden dat het over een geroosterde zwaan ging, maar hadden wel door dat hij in de miserie zat … en daar draait het om. 

Na de kroeg komt bij Orff de liefde en die volgorde belooft meestal niet veel goeds. Geen wonder dus dat bariton Tom Van Bogaert klaagt dat zijn geliefde maar niet komt. De neerslachtigheid over de zwaarte van het onvervuld verlangen in ‘Circa mea pectora’ past perfect bij de warme, diepe, dragende stem van Tom. De traagheid van zijn sentiment contrasteert met de gejaagdheid die in de koorpartij klinkt. Dat koor heeft een heel ritmische zang die maakt dat elke imperfectie in timing van een koorlid hoorbaar wordt. ‘Circa mea pectora’ is dan ook geen klein bier. (Anders had Orff het wel bij deel twee gezet.) 

‘Carmina Burana’ heeft ook enkele stukken voor sopraan en daarvoor had Music Hall Klara Vermeer geëngageerd. Zij kwam het best tot haar recht in ‘Tempus est iocundum’: een nummer met verschillende tempi waar onder andere de castagnetten voor de nodige vrolijkheid en luchtigheid zorgen. Klara mag in dit stuk vocaal heerlijk de hoogte in gaan en bewijzen wat ze waard is. 

En dan is het stilaan tijd om af te ronden met een reprise van ‘O Fortuna’. Alleen valt ze dit keer niet koud op het bord, maar wordt ze ingeleid door ‘Ave formosissima’ waarin al een muzikale opbouw van extase is die naar een climax groeit. En die climax is ‘O Fortuna’ die in herneming toch anders ervaren wordt. Het lichaam is in het voorbije uur getraind in de taal van de muziek en bijhorend gevoel en dat heeft een invloed op de beleving. ‘O Fortuna’ komt op het einde van ‘Carmina Burana’ beter binnen. We gaan veel dieper mee op het dreigende gevoel van het ritmische deel van het koor. De opgang naar het slot zorgt voor een intenser catharismoment; een sterker moment van voldoening wanneer de slotnoot klinkt. 

< Sascha Siereveld >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be