PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Beckett Boulevard

vrijdag 22 januari 2016Bourla Antwerpen

Beckett
Foto: De Koe

Een heerlijk absurd Beckett Boulevard serveert De Koe op een dienblaadje volledig in de traditie van Samuel Beckett. Een stuk dat gaat over identiteit, jezelf verliezen, vervreemden (en afdalen), het verschil tussen authenticiteit en voorgewende authenticiteit, mediakritiek ook op radio en tv formats (zoals Hautekiet en Van Gils en Gasten) en hoe zijn aan cultuurverslaggeving doen, theater in het theater ook, het intellectualistische geneuzel over muziek, het overdreven analyseren van de dingen, favorietenlijstjes, … Maar even goed gaat het over acteurs die werken in de horeca. Vooral slechte acteurs, die super zijn in overacten, en daarmee perfect gecast zijn om de rol van ober te spelen. Over de toekomst van het theater gaat het werk tevens. Hoe we dagelijks een rol spelen ook: “The presentation of self in everyday life” van Erving Goffman dus. Maar de voorstelling is vooral een feest van het absurde.

Starten doet het stuk met een interview dat Jan Hautekiet afneemt. Al meteen is duidelijk dat de Koe voor humor gaat wanneer “zahlen” (betalen) in het Duits verward wordt met “Sprachen” (talen). “Beckett Boulevard” bevat nog wel een aantal spraakverwarringen zoals “ethisch” dat Willem de Wolf verstaat als “eighties” waar hij de loftrompet over afsteekt en zich afvraagt waarom die nu in godsnaam moesten afgeschaft worden. Een repetitieve bel, een western op de video, én Le Freak van Chic begeleiden het trio wanneer een doos geleverd wordt met veel piepschuim in. Een nieuwe stoel is het waar Peter Van den Eede en ook Natali Broods op plaatsnemen. Met een gelukzalige glimlach doen ze dat.

De Wolf blijkt een fan van Chic waarbij hij “Thinking of you” moet vermelden in een favorietenlijstje, al is het maar om de extase die hij voelt wanneer dat baslijntje op seconde 38 begint.  Baanbrekend, politiek provocatief voor de jaren ’80 vindt ie Chic. De song is weliswaar geschreven en geproduceerd door Nile Rodgers (gitaar) en Bernard Edwards (bas), oprichters van Chic, maar werd een hit van Sister Sledge, en dus niet van Chic als uitvoerder. Dit geheel terzijde overigens. Want daarover gaat het ook niet, de Wolf zet hier de Youtube en Soundcloud-comments even vakkundig in zijn hemd.

Hoe het centraal gemiddelde berekenen, het verschil tussen modus, mediaan en gemiddelde.  Hoe graag we praten over dingen waar sprekers zelf niets van begrijpen, tonen de drie dan weer in een hilarische epiloog waarmee de voorstelling begint. De eerste scène schrapte de Koe namelijk. Het trio koos daarom om eerst de epiloog te brengen en daarna de tweede scène. Dat proberen ze alleszins duidelijk te maken in een hi-la-risch tv interview met Tom Lenaerts in de studio van de Antwerpse Televisie. Lenaerts vraagt er zich onder andere af wie Beckett speelt waarop Van den Eede uitlegt dat Beckett naar een Boulevard verwijst. Daardoor is de interviewer – meesterlijk neergezet door Lenaerts overigens – helemaal de draad kwijt en wordt “Becket Boulevard” uitgelegd al blijken de acteurs niet allemaal op dezelfde lijn te zitten. De Wolf wil vooral dat het publiek alles goed begrijpt en de boodschap duidelijk is, terwijl Broods en Van den Eede ruimte aan de interpretatie willen geven. Zoals de epiloog waarmee ze starten, het verdwalen in een ondergrondse parkeergarage bijvoorbeeld. Voor De Wolf staat het symbool voor afdalen. De drie waren net naar een tentoonstelling geweest van heel kleine miniaturen in een gigantisch kolossaal museum. Peter Van den Eede: “ik heb die miniaturen niet gezien hoor.”

Het hoofdthema van de voorstelling? Daar zijn ze het ook niet allemaal over eens in het tv interview, al lijkt “identiteit” en “hoe je je voordoet” dicht in de buurt te komen van de realiteit. Helemaal te gek wordt het wanneer Lenaerts hen in de video voorstelt om even naar een fragment te kijken. De drie acteurs staan op het podium zelf te kijken naar de video, doen dan even wat, waarna de tv host stelt dat de voorstelling veelbelovend wordt. Het is een niet mis te verstane sneer richting Van Gils en Gasten en andere tv shows of radio interviews ter promotie van een stuk dat zijn première nog niet gehad heeft, waarbij de interviewer maar zowat doet op basis van een minimum aan research en eigenlijk volledig afhangt van de geïnterviewde(n). Zulke interviews gebeuren vaak ook nog op het einde van het creatieproces waardoor ze een zekere absurditeit in zich hebben: praten over een product dat nog niet helemaal afgewerkt is maar toch al concreet genoeg en niet te abstract meer is.

Natali Broods komt met haar ex-man Willem de Wolf (in het echte leven zijn ze geen koppel) in een Oostends restaurant. Zij wil de politiek in, ober van dienst is Peter Van den Eede. Die laatste valt al snel door de mand wanneer hij doet alsof hij piano aan het spelen is. Of de twee hem hadden herkend als ober? Dat is de cruciale vraag waar hij mee zit wanneer het uitkomt dat hij, als voormalig acteur nu in de horeca werkt, zoals vele acteurs. Broods zegt dat ze deed alsof ze het niet wist maar een galante opening liet terwijl De Wolf stelt dat hij het zag, maar deed alsof hij het niet zag. Het is redelijk cruciaal omdat Van den Eede stelt dat slechte acteurs goeie obers zijn omwille van hun overacting. Hij probeert in zijn rol van ober steeds slechter te worden. Het is dus een verdoken zucht naar erkenning of niet (als hij niet herkend was, speelde hij een goede ober, anders niet: wat op zijn beurt weer consequenties heeft voor hem of hij al dan niet een goed acteur is).

Broods wil zich als politica in het midden profileren. Polariseren in het midden (wat een contradictie op zich is) terwijl de Koe even fijntjes meegeeft dat de middenklasse verdwijnt. Dat “midden”, zaken in het midden laten, in het midden van de belangstelling staan, … daar speelt het gezelschap erg graag mee. Vaak doorbreken ze elkaars spel ook, en doorprikken ze de illusie, de magie van het theater. Wanneer Van den Eede Broods bijvoorbeeld een compliment geeft: “ik heb altijd van uw naturel gehouden.” en Broods hem er fijntjes op wijst “ik zit op restaurant. Ik ben niet aan het spelen.” (terwijl ze dat wel aan het doen is, voor alle duidelijkheid) komen we zo tot wat het verschil is tussen authenticiteit en voorgewende authenticiteit. Om vervolgens stil te staan rond identiteit: “een koe beseft pas dat ze een koe is wanneer ze een andere koe ziet.” De maatschappij wordt hier voorgesteld als het casino waarbij De Wolf – die een fervent liefhebber is van op de pot zitten en daarmee verwante filosofieën - de rol van croupier toegestopt krijgt omdat hij duizelig wordt van roulette, black jack te donker vindt en voor poker het gezicht niet heeft.

Het casino is non stop open, en elk nummer is er het voorlaatste. Een nummer dat zich niet laat identificeren, terwijl het laatste dat wel doet. We’re half awake in a fake empire.

< Bert Hertogs >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news