PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Redde wie zich redden kan

zaterdag 6 mei 2017Monty Antwerpen

Redde

‘Redde Wie Zich Redden Kan, geen slechte titel’  is het tweede deel uit de trilogie van TG Stan naar het werk van Thomas Bernhard. 12 jaar na zijn ontstaan, voelt de voorstelling die gebaseerd is op de ‘Dramolette’ nog steeds erg wrang aan. 5 mini drama’s naar ‘Freispruch’, ‘Eis’, ‘Maiandacht’, ‘Match’ en ‘A doda’ en een fragment uit de novelle  ‘Gehen’ zien we. Vol racistische uitspraken – weliswaar slim en onschuldig verpakt bij momenten – is dit deel nog scherper over het onverwerkte naziverleden van Oostenrijk en Duitsland dan ‘Alles is rustig’ waar de onverdraagzaamheid subtieler aanwezig is. Van het minimaliseren van de Holocaust in ‘In Buchenwald (waar een concentratiekamp van de Nazi’s was nvdr.) was het niet zo erg.’ tot openlijk het gedachtegoed van fascisten en racisten verdedigen: ‘De Turken pakken ons alles af. Kinderen kunnen ze wel maken. Maar werken? Die wassen zich nooit, hé. Vergassen moeten ze ze!’

Het moet gezegd, je moet het maar doen als actrice om een onschuldige Turk die een man overreed beetje bij beetje toch de schuld van een ongeval in de schoenen te schuiven. Jolente De Keersmaeker doet het op een erg intelligente manier, in bekakt Nederlands met stem in vibrato, terwijl Damiaan De Schrijver luistert en jammert om de overledene die toch zo’n goed man was (maar wel in de fout nvdr.). Ook hier komt het eigenbelang naar boven en vragen de twee zich af of het geld voor het goede doel dat ze aan hem gaven wel terecht zou komen waarbij De Schrijver even denkt om het terug te vragen, al doe je dat uiteraard niet.

Sterk is De Keersmaeker ook in haar solo wanneer ze mensen die kinderen maken zonder erbij na te denken, schoffeert. De schaamteloosheid stelt ze aan de kaak terwijl ze fel van leer trekt dat de staat daar allemaal wel moet voor opdraaien:  ‘Wie een kind maakt verdient de allerhoogste straf!’

Is het leitmotiv in ‘Alles is rustig’ nog ‘Wandrers Nachtlied’ van Schubert, dan is dat in ‘Redde wie zich redden kan’ Strauss’ ‘Radetzky Mars’. Een ander leitmotiv kondigt zich trouwens aan wanneer het gezelschap de traditional ‘Daar zat een sneeuwwit vogeltje’ zingt, dat wellicht uit de zestiende eeuw dateert. Het is een liefdeslied over de onmogelijke liefde vermits de geliefde niet meer vrij is. Tg Stan maakt zo al een link naar ‘Eind goed al goed’. In ‘Match’ zien we een koppel naast elkaar leven. Hij kijkt naar een voetbalmatch op tv en roept om de zoveel tijd ‘Idioot’ terwijl zijn vrouw Maria (gespeeld door Sara De Roo) vanalles vraagt – zo wil ze met hem naar het circus – maar heeft hij daar geen aandacht voor. Ook niet wanneer ze begint te fulmineren over het uitschot dat overal te vinden is: ‘Onder Hitler zou het niet gebeurd zijn.’ In ‘A doda’ ontdekken twee vrouwen een overreden man, een dode die toegedekt is met pakpapier. Uiteindelijk blijkt het geen dode te zijn, maar hakenkruisaffiches die een van hun mannen verloren heeft: ‘Idioot’ klinkt het.

‘Redde Wie Zich Redden Kan, geen slechte titel’ legt verschillende parallellen met ‘Alles is rustig’. Wordt de sector figuurlijk in zijn blootje gezet in het eerste deel van de trilogie, dan doet TG Stan dat letterlijk in het tweede met onhandige kledij- en decorwissels. De Schrijver legt zich toe op de slipjes van de actrices die goed moeten zitten waarbij zowel De Roo als De Keersmaeker hun kont prompt in zijn richting duwen. Onhandiger is hij in het in elkaar steken van een behangtafel die er dan maar aan moet geloven. Uiteindelijk zet hij een strijkplank recht en legt daar de twee behangtafelbladen op: ‘Ge moet ook niet helpen, ze!’ verwijt hij het passieve publiek.

Met ‘Het is zonder tekst hé’ probeerde de Schrijver het publiek op het verkeerde been te zetten in het begin van de avond. We zien hem bij de start ook wanneer de kroonluchter onthuld wordt, aan het publiek vragen om goed te onthouden wat er allemaal op het podium ligt dat door het zeil verborgen zal worden. Dan refereert ie even naar zijn rol als Moritz Meister waar hij op het einde van ‘Alles is rustig’ ook vragen stelt aan het publiek over wat hij op het einde voorlas. Opnieuw wordt het publiek dus als ‘dom’ beschouwd en wordt het betutteld. Niet veel later doet hij dat kunstje nog eens opnieuw over wanneer hij vraagt wanneer en waar de Tirpitz (het grootste Duitse slagschip uit de Tweede Wereldoorlog nvdr.) gezonken is. Het antwoord, daar zal hij dan maar zelf op komen: 12 november 1944. Net daarvoor komt in ‘Freispruch’ het elitaire kantje uit ‘Alles is rustig’ opnieuw naar boven. Deze keer focust het gezelschap op culinaire escapades en een reis boeken voor drie weken om slechts één week te blijven terwijl ook de homo’s en de eigen sector ervan langs krijgt tijdens een kledingwissel: ‘postbodes, stylisten, acteurs: allemaal homo’s’. ‘

Maar uiteindelijk is het vooral die racistische mop waar stevig mee gelachen wordt in de Monty en waar de voorstelling mee begint, die blijft hangen om zijn taalhumor. De mop over een Marokkaan die zijn brillenzaak ‘In de kleine hond’ genoemd heeft, wat toch wel een rare naam is voor zo’n zaak. Blijkt een kennis van hem in Brussel namelijk een succesvolle zaak te hebben die er [o pti chien] heet.

Het lichtplan van Thomas Walgrave verwijst tevens naar ‘Alles is rustig’ dat ook het verloop van een ochtend, middag, avond en nacht kent. Hier via de kroonluchter die onthuld wordt en als finale ‘A doda’ waar de actrices in laag tegenlicht wanneer het bijna donker is het onderscheid tussen een dode of een rol affiches niet goed zien.  In ‘Alles is rustig’ volgt het lichtplan de zonsopgang, middag en zonsondergang die ook te zien is in de video van het berglandschap.

‘Redde Wie Zich Redden Kan, geen slechte titel’ komt dus beter tot zijn recht net na het zien van ‘Alles is rustig’. Als aparte voorstelling komt ze weliswaar iets te fragmentarisch over en is de spanningsboog vooral naar het einde toe onvoldoende strak. De voorstelling verliest aan ‘lichtheid’ en humor ook, en wordt bittere ernst. Ook dat verloop is vergelijkbaar met ‘Alles is rustig’ dat een coherenter geheel vormt vermits het een klassieke opbouw kent.

En hoewel het vooral De Keersmaeker is die stevig uit de hoek komt in ‘Redde Wie Zich Redden Kan, geen slechte titel’ , had ze helaas een souffleur – die iets te luid haar een sleutelwoord gaf - nodig tijdens de voorstelling.  Ook dat voelden we eerder bij ‘Alles is rustig’ aan. Dat TG Stan de tekst nog niet helemaal opnieuw onder de knie heeft, dat sommige zaken nog wat stroef verlopen en het geheel dus nog dient te roderen. We zijn ervan overtuigd dat naarmate de tour vordert die kinderziektes hoogstwaarschijnlijk zullen verdwijnen. Afspraak op 10 juni in de Bourla voor het laatste deel: ‘Eind goed al goed’.

< Bert Hertogs >  

Op zondag 7 mei 2017 speelt TG Stan de ganse Bernhard Trilogie met ‘Alles is rustig’, ‘Redde wie zich redden kan’ en ‘Eind goed al goed’ in de Monty. De trilogie is ook te zien tijdens de Antwerpse Kleppers, op 10 juni 2017 in de Bourla.


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news