PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Figaro

dinsdag 6 juni 2017Bourla Antwerpen

Figaro

 “Het is eigenlijk slechte tekst, maar het is maar muziektheater.” Het was niet onze mening, maar het was wat het hoofdpersonage Figaro uit de gelijknamige productie van Compagnie Marius van zijn eigen liedje vond. Hij parodieerde daarbij “Figaro’s aria” uit Gioacchino Rossini’s “Il barbiere di Siviglia”. Of beter gezegd: ZIJ parodieerde deze bekende aria. De rol van Figaro werd immers gespeeld door Waas Gramser, die samen met Kris Van Trier verantwoordelijk was voor de vertaling van de twee bekendste werken van Pierre-Augustin Caron de Beaumarchais: De barbier van Sevilla (1775) en De bruiloft van Figaro (1784). Het resultaat was een hele lange voorstelling die ons meer dan vier uur vasthield in de Bourlaschouwburg, maar die ons nooit wist te vervelen. De losse speelstijl, de absurde humor, het complot in het complot en het gevoel voor improvisatie maakten de lange zit meer dan de moeite waard.

Rossini en Mozart deden het hen al voor, maar Compagnie Marius gaf zo zijn eigen draai aan het verhaal van de barbier van Sevilla en Le nozze di Figaro. Waas Gramser en Kris Van Trier lieten zich daarbij niet alleen inspireren door het verhaal van Beaumarchais, ze leenden ook gretig bij de twee grote componisten. Verschillende keren in de voorstelling werd er beroep gedaan op de muziek van Rossini en Mozart om een grap te scoren op kap van het genre waarvan men zich bediende. En heel eerlijk: het werkte. Wanneer Frank Dierens als Cherubino met het gevoel van een bronstige stier zijn liefde stond te bezingen op de tonen van een klassieke opera-aria en de rest van het ensemble als een zielig koortje zorgde voor de “pampampam”, moesten we onmiddellijk terugdenken aan de hoogdagen van “10 om te zien”. Dit was zó fout dat het heerlijk was.

Absurditeit was dan ook de grote troef van dit stuk. De verhaallijn van “Figaro” stak vol met complotten in de complotten met daarbij intriges om het complot te kelderen. Het was te geschift om los te lopen. Gelukkig leverden de personages tijdens het stuk voldoende commentaar aan het publiek om ons toch enigszins bij de les te houden. En zelfs al zouden we even de draad kwijt geweest zijn, de nadruk lag veeleer op de grappen in de teksten, de visuele humor, het overdreven spel en de manier waarop werd omgegaan met elkaar en het publiek.

Het was spelen met het spel waarbij we het geheel vooral niet te veel au serieux mochten nemen. Met uitspraken als “Volgens mij is dat nen truc die alleen werkte in een toneelstuk van 1775.” en “Oh mensen, wat is dat hier voor een belachelijke komedie? ... Alleman speelt hier toneel.” doorprikte men geregeld het gegeven van toneel. Het werd helemaal geestig wanneer de spelers een stuk van hun tekst vergaten en dat ook naadloos mee verwerkten in hun spel met een “Gij zij wel heel … Nu kan ik toch niet meer op dat woord komen.” Plots werd “Figaro” een stukje improvisatietheater waarbij de andere leden van Compagnie Marius ter hulp moesten snellen. Koen Van Impe kwam zelfs een keer oplopen met het script om Waas Gramser te depanneren. In een stuk als “Figaro” moest dat kunnen. Het maakte het geheel er alleen maar grappiger om. De leden van Compagnie Marius hadden er zelf plezier in en dat straalde ook van het podium de zaal in.

Niet dat er voor de rest een gebrek aan grappen zou zijn. De tekst zat vol met dubbelzinnigheden en scherpe kritieken als: “Ik zing voor u nog een couplet en wil jij dan met mij naar … euh … zing met mij dan een duet.” en “Liefde, dat is al gelijk nen boek: ge begint er met volle goesting in te lezen en na bladzijde 15 valt ge in slaap.” “Figaro” was heel vlot geschreven in een volkse taal en werd daarbij ook erg los gespeeld met een lichte flair voor overacting. De stijl van humor die Waas Gramser en Kris Van Trier in deze voorstelling hadden gestoken, was misschien nog het best te vergelijken met die van Monty Python.

Dat ging van visuele gags waarbij Koen Van Impe ook effectief hazen voor zijn schoenen had hangen wanneer hij “op hazen ging jagen” tot een stomme opmerking als “Meneer doktoor, omsingel deze man!” waarna Kris Van Trier rondje ging draaien rond Figaro. Het zat hem in grapjes als het twee maal herhalen van “Dat moet ge mij geen twee keer zeggen.”, uitspraakjes als “Ga weg of ik roep “Pulp! Pulp! Pulp!” en het kloppen op het decor bij de zin “Er klopt iets niet.” De griffier bediende zich van een iPad en Marceline had een volle baard. Er zat genoeg in om het publiek moeiteloos wakker en geboeid te houden, ook al ging de klok voorbij middernacht toen het slot van de voorstelling aanbrak. We hebben ons geen moment verveeld. We vroegen ons op het einde alleen nog af wat nu juist een bronstige nachtegaal was, maar misschien moeten we dat eens navragen bij Maaike Neuville.

< Sascha Siereveld >

Rolverdeling: 

De barbier van Sevilla:

Koen Van Impe: Almaviva (graaf)
Waas Gramser: Figaro (barbier)
Evelien Bosmans: Rosinde (pupil van de dokter)
Kris Van Trier: Bartholo (dokter)
Frank Dierens: Bazile (muziekleraar) en Marceline (huishoudster)
Maaike Neuville: notaris

De bruiloft van Figaro:

Koen Van Impe: Almaviva (graaf) en rechter
Waas Gramser: Figaro (kamerheer)
Evelien Bosmans: Rosinde (gravin)
Maaike Neuville: Suzanne (kamermeisje)
Kris Van Trier: Bartholo (dokter), Fanchette (12-jarig meisje), griffier, Bazile (muziekleraar)
Frank Dierens: Marceline (huishoudster), Cherubino (schildknaap), Antonio (tuinman), bloemenmeisje, Pédrille (jachtopzichter)

originele verhaal:
Pierre-Augustin Caron de Beaumarchais

vertaling en bewerking
Waas Gramser en Kris Van Trier


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news