PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie Chasse Patate

zondag 9 juli 2017Zoutestraat Zandvliet

Chasse

Een onverwerkt trauma. Daar draait het om in de alom geprezen theatervoorstelling Chasse Patate van het Gentse gezelschap Studio Orka. De vijftien voorstellingen in Berendrecht waren in een mum van tijd uitverkocht. Wie het wel en wee van Alice, Daan en Jules te weten wil komen in Antwerpen, kan zijn kans wagen om zich ter plaatse op de wachtlijst te zetten. Wie het zekere voor het onzekere wil nemen kan tussen 31 augustus en 7 september naar het Theaterfestival in Brussel om daar ‘Chasse Patate’ te zien. De voorstelling werd er terecht geselecteerd door een jury als een van de beste producties van het afgelopen seizoen. In Berendrecht komt ze volledig tot haar recht al blijken de zitplaatsen op de tribune bovenaan niet optimaal. De zichtlijnen zijn er namelijk niet top, zeker niet wanneer het gezelschap op de grond vooraan of in het water speelt.

Titus de Voogdt speelt de rol van Jules, Janne Desmet die van Alice, Dominique Van Malder die van Daan, en Julie Delrue is Ulrike in Chasse Patate. Alice beklaagt zich in het begin van de voorstelling al, wanneer ze haar wasmachine in haar eentje het huis, friterie café ‘De sportvriend’ uitdraagt om tegengewicht te vormen voor het huis dat dreigt weg te zinken. Al vier keer is het onbewoonbaar verklaard en Daan stelt vast dat de situatie niet stagneert. Choqueren doet ze het publiek wanneer ze in een tas spuugt om het daarna met een handdoek droog te wrijven. De toeschouwers reageren navenant terwijl zij droogweg antwoordt: “Als ’t vuil is moet je kuisen hé.” Jules wordt gestoord door zijn zus en is daar niet al te blij mee: “Kan een mens nu geen vijf minuten in een hinderlaag liggen?” waarop ie zijn lokfluiten bovenhaalt en de rietreiger, de tafeleend en iets wat erg hard lijkt op het koekoeksgeluid laat horen. Maar we blijken mis te zijn.

Alice is de bezige bij. Rust roest, vindt ze. En Janne Desmet zingt heerlijk hees ironisch een stukje uit ‘One day I’ll fly away’. Net zoals haar broers is ze een huismus, verstokt aan het ouderlijke huis met een roemrijke geschiedenis, de Polderkoers kwam er vroeger aan. Maar het huis herbergt ook een donkere zijde, een bladzijde uit zijn geschiedenis die de drie maar niet kunnen omslaan.

Alice kuste voor het laatst in het zesde lager, en Jules die bijt altijd in de meisjes. Uit Stefanie beet ie een stuk, zij is sinds haar jeugd haar oorlel kwijt. “Heb jij een broer? Je geraakt daar niet vanaf hé.” spreekt Desmet iemand in het publiek aan. “Wees gewoon jullie zelf. Van de anderen zijn er al genoeg” kregen de drie van hun ouders als levensles mee. Nog een schoontje, die los het niveau van de quote uit Forrest Gumps ‘Life is like a box of chocolates. You never know what you’re gonna get.’-spreuk evenaart is die van Dominique Van Malder als Daan: ‘Liefde is als een strontje. Voor je het weet, loop je erin.’

Daan is leerkracht en wordt gepest door leerlingen én collega’s op school. Ooit was ie een populair leerkracht. Hij komt aan met een boekentas waarvan het handvat kapot is. Zijn leerlingen – Shania en Chayenne – wilden er de zwaartekracht mee testen, zo verklaart ie. Ondertussen komen we te weten dat zijn collega’s zijn boterhammen verstopt hadden en hij ook gevallen was op zijn voorhoofd wat voor een diepe wonde zorgde omdat ie pootje lap gezet was door enkele studenten. ‘Een plakker van Rapunzel of Frozen?’ vraagt Alice hem wanneer ze de wonde ‘verzorgd’ heeft. Niet veel later, laat ie optekenen dat ie een Canada Dry op school aangeboden kreeg die uiteindelijk lauw was. (er was urine in gedaan nvdr) Alice vertelt dat hij ooit gestoken werd door een verroeste passer. Verwijzen naar Herman uit ‘Van vlees en bloed’ doet ie onrechtstreeks wanneer ie zegt: ‘Met mij kan je lachen op school. En humor is plezant.’ Geweldige publieksinteractie zien we van hem wanneer ie over een toeschouwer stelt ‘Ge hebt het ook moeilijk hé madam? Ge ziet dat aan die doffe blik in uw ogen. De mondhoeken die naar beneden gaan. Uw bloemetjesshirt draagt u wellicht om dat te camoufleren.’

Heerlijke situatiehumor haalt ie boven wanneer hij het publiek als zijn leerlingen gaat beschouwen wanneer het reageert. Dan horen we Dominique Van Malder stellen: ‘Hallo! Ik ga u moeten buiten zetten hé!’ (terwijl Chasse Patate in openlucht doorgaat nvdr.) Wanneer Alice hem vraagt droevig te zijn, laat ie dan weer optekenen: ‘Ik kan niet wenen op commando. Ik ben geen acteur hé.’ Heerlijk!

Julie Delrue brengt als Ulrike dan weer taalhumor in Chasse Patate met ‘Mijn vader heeft zijn vier tenen gebroken. Maar hij stond erop...’ terwijl Dominique Van Malder rijkelijk grasduint in creatieve antwoorden op examenvragen (en daar kennelijk nog punten voor geeft ook) zoals ‘Wat eindigde er in 1945? ‘ – 1944 en ‘Waar werd het Vredesverdrag ondertekend?’ – onderaan.

Verder zien we Daan de dood in de ogen zien wanneer hij in het drijfzand sukkelt en de vraag zich stelt of er iemand hem wel wil redden, de wat hyper Ulrike eet friet met balletjes in tomatensaus met een lepel, en Alice haar prestatie- en – overlevingsdrang komt naar boven wanneer ze Ulrike uitdaagt op een spel om ter langste de adem inhouden. Erg herkenbaar is het verhaal van Alice overigens wanneer ze meegeeft dat ze op haar twaalfde tien uur lang haar blaas heeft toegenepen op karakter hoewel ze al na enkele minuten de drang voelde om naar het toilet te gaan tijdens een lange autorit.

Ondertussen ontstaan er vonken tussen Ulrike en haar ex-leerkracht Daan die helemaal de rocker in zich terug naar bovenhaalt op Guns N‘ Roses‘ ‘Sweet Child O‘ Mine‘ met live muzikanten Wim Deliveyne, Peter De Bosschere, Luc Waegeman. En Alice? Die moet haar jaloezie om Ulrike te baas, en kiezen tussen het traumatische verleden laten voor wat het is en een nieuwe toekomst tegemoet gaan, of al haar broers verliezen.

Naast kritiek op de samenleving die toch wel erg mondig is geworden en waar nog weinig respect getoond wordt (o.a. voor leerkrachten) en opvoeders/leerkrachten die te soft geworden zijn anderzijds, de van de pot gerukte drukke Yolo-jongerencultuur (iemand nog een selfie?), en het verdwijnen van tradities (volkse sportcafé’s, het volkse aan koersevenementen ...), stelt het bitterzoete, tragikomische Chasse Patate ook de vraag waar we in godsnaam mee bezig zijn in onze prestatiemaatschappij. Daarvoor haalt ze Brel naar boven: ‘L’envie c’est le talent.’ “Je moet niet altijd de eerste zijn. Dan kan je nog dromen van de top. Ook halfweg de berg heb je een mooi uitzicht.” Wat een boodschap!

< Bert Hertogs >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news