PDF-versie voor persoonlijk gebruik

Recensie My Dinner with Andre

vrijdag 15 juni 2018Kaaitheater Brussel

My

Een recensie schrijven over het 20 jaar oude My dinner with André van de Koe en Stan anno 2018 is behoorlijk absurd. Niet in het minst omdat de voorstelling al zo’n 200 keer opgevoerd is, ook in het Frans. Wat is de relevantie dan nog om iets op papier te zetten? Laat staan na twee mislukte pogingen – wegens agendaproblemen kwam het er niet van om de dialoog die meer weg heeft van een monoloog te zien – het derde keer goede keer-principe te willen hanteren? In Frankrijk blijkt er een groter publiek te zijn dan in Wallonië voor deze productie waar – opvallend – de mayonaise blijkbaar beter pakt en de culturele barrière kleiner is dan in eigen land. Het absurde van een recensie schrijven over My dinner with André is dat volgens André recensies er totaal niet om doen. ‘In de dood sta je alleen. Al die recensies betekenen niets.’ laat ie optekenen. Een recensie speelt op dat moment niet mee, zo minimaliseert ie deze journalistieke schrijfsels. Later relativeert ie door de vergelijking te maken met een orgasme. In het beste geval zorgt zo’n verslag ervoor dat je even de wereld om je vergeet en een gelukzalig momentje beleeft waarbij je even aan niets denkt: ‘In de seksuele daad is er dat ene ongelooflijke ogenblik waarop ge volledig vergeet en direct daarna begint ge weer na te denken over van alles, over toneel, over wat ge morgen allemaal gaat doen.’

Hoge verwachtingen hadden we voor deze productie naar Louis Malles prent uit 1981. Dat kwam omdat zowel medewerkers uit de culturele sector uit Brassschaat en Antwerpen ons deze voorstelling tipten. Daarnaast won My dinner with André in 1999 de Grote Prijs van het Theaterfestival. 3 uur en half spelen Peter Van den Eede en Damiaan De Schrijver, die laatste mocht naar eigen zeggen ‘een kijk-en luisterstage’ doen, met de tijd terwijl ze met subsidiegeld zich het eten laten serveren door een bevriend acteur of een chef-kok. In ons geval was dat Titus De Voogdt. Peter speelt de rol van André, een pompeus dikkenekkerig snobistische culturo die erg dominante trekjes vertoont en zijn visie oplegt aan Wally (Damiaan De Schrijver). Aan mansplaining doet ie waarbij namedropping en stoefen wat voor geweldige ervaringen hij allemaal al meemaakte (in het buitenland) er bij lijken te horen. De Schrijvers personage kon van zijn kant niet leven van stukken schrijven, niemand wou ze, dus kroop Wally zelf maar de planken op, was ie vaak werkloos thuis en moest ie dan ook zijn vrouw geld laten verdienen door haar in de horeca te laten werken.

Dat is al meteen het eerste thema dat in deze My dinner with André zit, dat veel acteurs niet of onvoldoende aan de bak komen om te kunnen leven van hun metier. Vandaar dat die acteur die eten voor hen maakt ook een meerwaarde biedt, als een stille aanklacht. Hoewel Titus betrokken wordt, zegt ie geen woord. André’s dominante gedrag uit zich als een pater familias (of bompa als je wil) die zelf wil bepalen hoe veel peper er op het hoofdgerecht bijgekruid wordt van een ander, hoeveel die mag drinken en wanneer die aan een maaltijd mag beginnen. Meermaals wordt De Schrijvers arm tegengehouden door Peters linkerhand zodat ie niet meteen kan starten. Ook dat is erg herkenbaar: iemand die constant het gesprek monopoliseert tijdens een etentje, terwijl de ander zich (noodgedwongen) op het eten stort.

Tijdens de productie maken beide personages een boog, wordt de monoloog een dialoog wanneer de levensthema’s aangesneden worden en vooral het favoriete thema van de heren tussen fictie en non-fictie gevoerd wordt. ‘Wij zijn hier niet echt aan het eten of drinken.’ probeert De Schrijver ons wijs te maken. Beiden spreken elkaar ook wel eens aan met elkanders echte voornaam, waardoor ze beide met elkaar – zoals gescript – mengen. André zien we dus gaandeweg luisteren naar Wally terwijl die laatste naar het einde toe meer het touw naar zich toetrekt en vooral André’s artistieke keuzes en levensvisie in vraag stelt alsof je exclusieve trips (Sahara, Mount Everest, levend begraven worden, een van de pot gerukt eisenpakket om met naakte vrouwen dagenlang in een Pools bos te vertoeven, enz.) moet meemaken om echt te weten wat leven is, terwijl het leven volgens Wally in het dagdagelijkse zit en je daar perfect ook het geluk in kan zien en vinden. Twee verschillende mannen met twee compleet andere levensvisies zien we dus aan tafel zitten. André aan de ene kant die in alles betekenissen ziet en het soms wel érg ver (ook letterlijk) gaat zoeken. Daartegenover zit Wally die feiten als puur toeval ziet en als voorbeeld Chinese voorspellingskoekjes aanhaalt die zouden betekenen dat de toekomst er al is en gedefinieerd.’ Het absurde is dat ze op een bepaald moment elk de levensstijl van het personage dat ze neerzetten verfoeien. Zo horen we Wally zeggen: ‘Je kan toch niet gewoon in je zetel zitten zijn. Wat is daar de betekenis van?’

Spelen met tijd doet vooral André die meegeeft dat het nog te vroeg is voor de cognac, of door op het einde ineens te stellen dat zijn tijd op is door naar zijn smartphone te kijken en hij een taxi moet bellen. De duurtijd zelf van de voorstelling wordt op een bepaald moment ook een thema wanneer De Schrijver stelt dat er na de voorstelling nog een screening van de film volgt. Die is op zijn beurt korter dan de voorstelling, wat op zich ook absurd is. Of wanneer ie zogezegd het script nodig heeft om een lijn tekst terug in op te zoeken, toont ie het plagend aan de toeschouwers: ‘we zijn nog lang niet aan de helft.’

Heerlijke quotes levert My dinner with André op. Een bloemlezing:

Over theater:

‘Mag ik 1 zin zeggen?’ (Wally)
‘Op de affiche van de Koe staat een paard.’ (Damiaan) ‘Niets is wat het lijkt.’ (Peter)
‘Eten tijdens de voorstelling. Je moet het maar doen met de subsidies.’ (Damiaan). ‘Ze (de subsidiecommissie n.v.d.r.) weten het.’ (Peter)
‘Bij hem gaan de kilo’s eraf. We spelen tot hij verdwenen is.’ (Damiaan over Peter)
‘Ge moet dat thuis van buiten leren.’ (Peter over Damiaan die zogezegd zijn banale tekst ‘Juist André en wat gebeurt er dan?’ vergeten is.’
‘Alles was voorspelbaar geworden zoals repertoiretheater.’
‘Het is niet elke dag puree. Maar als het puree is, is het spectaculairder.’ (Damiaan nadat ie Peter heeft ondergespeekt)
‘Een zakenman moet elke dag gaan werken. Die moet ook een neus opzetten en achteraf zijn toneelkeren uitdoen.’ (Wally)
‘Er wordt bijna niets meer op zijn kop gezet.’ (André)
‘Men is nu theater op een triviale manier aan het herdefiniëren wat tot onverdraaglijke kitsch leidt.’ (André)
‘Dit had een mooi einde kunnen zijn. Maar het is nog niet gedaan.’ (Damiaan)

Over het publiek:

‘Vandaag de dag slaapt het publiek.’ (André) ‘Er zijn er nog een paar wakker’ (Damiaan kijkt even naar het publiek)
‘Moeten we het publiek dieper laten slapen door oppervlakkige stukken te brengen?’ (André)
‘Wat kan je tegenwoordig nog brengen?’ (Peter) ‘We hebben iets goed gevonden, vind ik.’ (Damiaan)
‘Over tien jaar zal men mensen moeten castreren om toch nog iets te voelen.’ (André)

Over doen alsof:

– ze amateurs zijn
Alsof ze voor het eerst op het toneel staan nemen ze hun zendertje vast, gebruikt Damiaan het als een kind als een walkie talkie en haalt ie verder in de voorstelling de liftimprovisatie rond existeren aan waarop Peter stelt dat dit geen goed voorbeeld is, maar dat ie daar niet de tijd voor heeft om daar verder op in te gaan.

– ze de slappe lach niet kunnen inhouden: ‘Het zal niet gaan vanavond’ (Damiaan)

Over overduidelijk gespeelde emotie: 
‘Neen, ik besefte: ik ben ook zo. Ik ben ook een intellectueel. Een parasiet.’ (André met serviet voor zijn gezicht snikkend)

Over de kindertijd: 

‘Hoe komen we tot acteren? Daarvoor moeten we terug naar onze kindertijd.’ (André) ‘Toen werk en eten nog gescheiden was.’ (Wally)
‘Is dat niet een beetje kinderachtig? Een spelletje om ter minste slapen?’ (Wally)

Over de dood:

‘In de dood sta je alleen.’ (André)

Over fascisme:

Rond ‘De kleine prins’ hangt toch een fascistisch totalitair luchtje.’ (André) ‘Neen, dat vind ik niet.’ (Wally)
‘Soms denk ik, ik ben Speer’ waarop Damiaan antwoordt: ‘Peter, je bent André.’

En My dinner with André integreert onder andere ook heerlijke taalspelletjes:

‘Een kleine Japanner is een tautologie’ (Wally)
‘Mega Faun, Parle Faun, …’ (Wally)
‘Je weet niet wat je ziet!’ (Wally over André’s verhaal dat hij geblinddoekt naakt in een bos rondliep.)
‘Laat het liggen.’ en ‘Vergeet het.’ (Damiaan over Peters cassette die hij wellicht in de ‘taxi’/backstage vergeten is)
‘Tegen wie zeg je het!’ (Wally) ‘Tegen u!’ (André) ‘Dat was geen concrete vraag. Het is geen vraag.’ (Wally) ‘Stel ze dan niet hé!’ (André)
‘Laat de Pan nog maar eens komen.’ (Wally)

My dinner with André wist ons vanaf de allereerste seconde in het stuk te zuigen. Hoewel drie uur en half lang is, en je soms als toeschouwer op dezelfde golflengte zit als Wally door maar met een half oor te luisteren naar wat André allemaal zit te verkondigen, en daar ook een aantal keer een geeuw en een blik op de klok werpen bijhoort, zijn we blij dat we uiteindelijk dan toch nog een gaatje gevonden hebben in onze overvolle agenda om deze voorstelling te zien. De quote die vooral blijft nazinderen is: ‘Ik heb niet in mijn leven geleefd. Ik heb in mijn kunst geleefd.’ Een reëel risico is dat dit straks ook van toepassing is op ondergetekende.

< Bert Hertogs >


Do you like our reviews and pictures?
Feel free to support concertnews.be by sharing this page or giving a donation.
You make an independent website like ours possible. Thanks!







Geef steeds in je comment mee op welk artikel je reageert.
Please put in your comment to which article you are responding.

Tabs Concertnews.be

News
Soon
Reviews

More news

  • Newsletter
  • Facebook
  • Twitter